043. Bijbelstudie over de

GEBOORTE VAN YESHUA - LEIDAT YESHUA

iv>y tdyl

 

 

Als de maand december maar net begonnen is worden weer overal de kerstversieringen en kerstverlichtingen uit de kasten gehaald en de kranten staan weer vol met kerstaanbiedingen. Restaurants adverteren volop voor hun kerstdiners en reisbureaus maken weer reclame voor hun speciale kerstarrangementen. Sinterklaas is nauwelijks met zijn stoomboot richting Spanje vertrokken en de onkosjere pepernoten zijn amper bij elkaar geveegd, of de mensen lopen alweer met heidense kerstbomen over de straat te sjouwen. Men wordt weer alom betoverd door de kerstmagie. Zelfs de kerken doen daaraan mee, want er zullen maar weinig kerken zijn die geen kerstboom op het podium hebben staan. Messiasbelijdende gelovigen daarentegen vieren geen kerstmis. Ten eerste vanwege de heidense achtergrond van dit winterfeest en de manier waarop het doorgaans gevierd wordt, ten tweede omdat er geen bijbelse opdracht bestaat om het te vieren, en ten derde omdat zij weten dat Yeshua niet in december geboren is, maar reeds enkele maanden eerder. Helaas zijn er ook mensen zowel van Joodse alsook van christelijke zijde, die hierin te ver doorschieten en niet alleen de datum van de viering, maar zelfs het hele geboorteverhaal van de Messias sterk in twijfel trekken door te wijzen naar de vele vermeende tegenstrijdigheden tussen de beide verslagen van Mattheüs en Lucas. Zo zijn Yosef [Jozef] en Mir’yam [Maria] volgens hen bij Mattheüs in Beit Lechem [Betlehem] woonachtig terwijl ze bij Lucas slechts naar Beit Lechem reizen omdat ze zich daar voor een volkstelling moeten melden. En dan is het voor hen nogal zeer de vraag of deze telling überhaupt heeft plaatsgevonden. Volgens Lucas woonden de ouders van Yeshua al vanaf het begin in Natzeret [Nazareth], terwijl Mattheüs uitdrukkelijk schrijft dat Yosef [Jozef] zich pas na het verblijf in Egypte daar met zijn gezin vestigde. Verder menen sommigen ontdekt te hebben dat Herodes stierf vier jaar voordat Yeshua werd geboren. Maar hoe zit dat dan met die baby's? Die kindermoord van Beit Lechem? Het Kerstverhaal blijkt dus volgens deze critici een vat vol tegenstrijdigheden te zijn. Dat zij vraagtekens plaatsen bij het traditionele kerstverhaal zoals dat reeds eeuwenlang aan de kinderen verteld wordt vind ik terecht, want de ezel en de os in de stal achter de kribbe zijn in de Bijbel inderdaad nergens terug te vinden en ook de drie koningen worden nergens vermeld, laat staan hun traditionele namen Caspar, Melchior en Balthasar. Mattheüs heeft het slechts over de wijzen uit het oosten. Voorts is er vanuit de Bijbel niet aantoonbaar dat Mir’yam [Maria] op een ezel de reis zou hebben afgelegd. Dus wat dat betreft ga ik erin mee. Maar om nou het hele verhaal van de geboorte van Yeshua naar het rijk der fabelen te verwijzen gaat mij echt te ver! Sterker nog: zogenaamde “deskundigen” die op grond van vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel durven te beweren dat het geboorteverhaal slechts een verzinsel zou zijn en dat er dus geen sprake van zou kunnen zijn dat Yeshua ooit echt geleefd zou hebben bewijzen daarmee juist G’ds tegenstander een grote dienst en ik wil u daarom ook nadrukkelijk waarschuwen er niet in te trappen, ook al zijn het gestudeerde mensen met schijnbaar steekhoudende argumenten waar u misschien niet zo gauw iets tegenin kunt brengen. Toch is de Bijbel daar heel duidelijk over: “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit G’d zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest G’ds: iedere geest, die belijdt, dat Yeshua haMashiach in het vlees gekomen is, is uit G’d; en iedere geest, die Yeshua niet belijdt, is niet uit G’d. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 4:1-3). U bent dus gewaarschuwd! Natuurlijk besef ik ook wel dat het op het eerste gezicht erop lijkt dat de beide geboorteverhalen in de Bijbel niet echt synchroon met elkaar lopen, maar dat heeft meerdere oorzaken en de oplossing van het probleem is eigenlijk vrij simpel zoals u verderop in deze studie zelf zult zien. Weet u, het hele levensverhaal van Yeshua werd op schrift gesteld door vier evangelisten, en daarom zouden we eigenlijk ervan uit kunnen gaan dat er in de Bijbel dan ook vier beschrijvingen over Zijn geboorte zouden staan. Wel, de evangelist Marcus is daarin het kortst van alle vier, want hij beschrijft het geboorteverhaal van Yeshua namelijk helemaal niet. De evangelist Johannes, in het Hebreeuws Yochanan geheten, houdt het ook vrij kort: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij G’d en het Woord was G’d. Dit was in den beginne bij G’d. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het Licht der mensen; en het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. - Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen G’ds te worden, hun, die in Zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit G’d geboren zijn. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:1-5 en 9-14). Waar het Yochanan hierbij voornamelijk om gaat is om aan te tonen dat het G’d zelf was die als mens bij ons op aarde gekomen is. De rest van het geboorteverhaal is voor hem bijzaak. Alleen de evangelisten Lucas en Mattheüs zijn in het beschrijven de geboorte van Yeshua uitvoeriger. Het is op zich niet verkeerd om daarbij eens op hun onderlinge verschillen te letten, want dat zegt namelijk iets over wie ze waren, voor wie ze schreven en wat het doel van hun schrijven was. Lucas was een Griekse arts en historicus. Hij kwam dus uit de heidense, niet-joodse wereld en hij schreef zijn evangelie daarom ook op de eerste plaats voor niet-joodse lezers. Mattheüs, in het Aramees Matai en in het Hebreeuws Matit’yahu geheten, was een Jood en schreef het evangelie voor zijn Joodse volksgenoten, en daarom lees je bij hem vaak over de vervulling van de profetenwoorden uit de TeNaCH, dat ten onrechte het Oude Testament genoemd wordt! De Griek Lucas noemt als regering van die dagen de Romeinse keizer Augustus, die over de hele toenmalige wereld en dus ook Israël heerste, terwijl de Jood Matit’yahu het alleen maar over koning Herodes heeft, die in de Joodse provincie Judea regeerde. Omdat beide evangelisten het geboorteverhaal vanuit een andere invalshoek beschrijven is het nogal logisch dat deze twee verslagen niet identiek kunnen zijn, en toch wordt er zelfs door theologen en andere “deskundigen” steeds weer herhaald, dat men bij het lezen van de beide kerstevangeliën tegen behoorlijke problemen aanloopt: Lucas laat Yosef [Jozef] en Mir’yam [Maria] in Natzeret [Nazareth] beginnen met de reis, een plaatsnaam waarvan het in hun ogen onduidelijk is of die toen al bestond, want volgens hen duikt de naam pas later, namelijk in de 4e eeuw, op in de geschiedschrijving. Mattheüs laat Yosef en Mir’yam daarentegen in Beit Lechem [Betlehem] beginnen, en het Kind wordt volgens Mattheüs geboren in een gewoon huis. Over een stal of herberg wordt niet gerept, want in hoofdstuk 2, vers 11 staat er over de wijzen uit het oosten: “En zij gingen het huis binnen en zagen het Kind met Mir’yam, Zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen Hem hulde.” - Dus “het huis” en niet “de stal”. Wie heeft gelijk, Mattheüs of Lucas? Het grootste probleem volgt nu: Na de geboorte, volgens Lucas, gaan ze, na de onreine periode van de vrouw, naar de tempel en aansluitend terug naar Nazareth terwijl Mattheüs de aankomst van de wijzen en de kindermoord beschrijft met aansluitend een vlucht naar Egypte. Volgens Lucas gaan ze dus vanuit Betlehem eerst naar Jeruzalem en van daaruit meteen terug naar Nazareth, maar volgens Mattheüs vluchten ze meteen na het vertrek van de wijzen rechtstreeks vanuit Betlehem naar Egypte. Tenminste, zo zien de critici deze gang van zaken. Dus wie van de twee evangelisten heeft nu gelijk? En dan die kindermoord in Betlehem. Flavius Josephus maakt geen melding van de moord, terwijl hij zo'n honderd pagina's beschrijft met betrekking tot de wandaden van Herodes. Zou hij de kindermoord dan niet meenemen? Dit zou niet erg waarschijnlijk zijn, of misschien wanneer het slechts een gering aantal kinderen zou betreffen. De vraag komt dan op hoe Yosef en Mir’yam onopgemerkt zijn gebleven. Mattheüs beschrijft dat na Egypte Yosef en het gezin door Galilea reizen en zich uiteindelijk in Nazareth vestigen, maar volgens Lucas woonden ze er al. Daar klopt dus iets niet! Kort samengevat: Mattheüs en Lucas kunnen niet als één verhaal gezien worden, daar je niet naar Nazareth kunt gaan en naar Egypte op hetzelfde moment. Of je gaat naar Egypte, of je gaat naar Nazareth. Er is dus nogal het een en ander behoorlijk mis gezien deze aanzienlijke verschillen! Kortom, het hele verhaal van de maagdelijke geboorte komt bij een groeiend aantal kritische lezers nogal ongeloofwaardig over en kan door hen derhalve hooguit als beeldspraak worden gezien, maar niet als een historisch feit! Omdat hiermee de betrouwbaarheid van het hele Nieuwe Testament in het geding is heb ik deze bijbelstudie geschreven om daarmee aan te tonen dat er absoluut geen sprake kan zijn van tegenstrijdigheden mits men de beide versies van het geboorteverhaal niet naast elkaar, maar achter elkaar leest in de chronologische volgorde. Laten wij derhalve beginnen met het lezen van de bewuste bijbelteksten en daarna de vragen en opmerkingen van deze critici één voor één behandelen.

 

De aankondiging van de geboorte

 

“In de zesde maand nu werd de engel Gav’ri’el [Gabriël] van G’d gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Natzeret [Nazareth], tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Yosef [Jozef], uit het huis van David, en de naam der maagd was Mir’yam [Maria]. En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Eeuwige is met u. Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Mir’yam; want gij hebt genade gevonden bij G’d. En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Hem de naam Yeshua geven. Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en de Eeuwige G’d zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Ya’aqov [Jakob] heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen. En Mir’yam zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? En de engel antwoordde en zeide tot haar: Ruach haQodesh [de Heilige Geest] zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon G’ds genoemd worden. En zie, Elisheva [Elisabet], uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen woord, dat van G’d komt, zal krachteloos wezen. En Mir’yam zeide: Zie, de dienstmaagd van de Eeuwige; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.” (LoukaV Loukas [Lucas] 1:26-38). - “De geboorte van Yeshua haMashiach geschiedde aldus. Terwijl Zijn moeder Mir’yam ondertrouwd was met Yosef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit Ruach haQodesh [de Heilige Geest]. Daar nu Yosef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel van Adonai verscheen hem in de droom en zeide: Yosef, zoon van David, schroom niet Mir’yam, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit Ruach haQodesh [de Heilige Geest]. Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam Yeshua [Redder] geven. Want Hij is het die Zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Eeuwige door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Imanu’el [Immanuël] geven, hetgeen betekent: G’d met ons. Toen Yosef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel van Adonai hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een Zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Yeshua.” (vhyttm Matit’yahu [Mattheüs] 1:18-25).

 

De geboorte van Yeshua

 

“En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad. Ook Yosef trok op van Galilea, uit de stad Natzeret, naar Judea, naar de stad van David, die Beit Lechem [Betlehem] heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Miryam, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was. En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg. En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde. En opeens stond een engel van Adonai bij hen en de heerlijkheid van de Eeuwige omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Verlosser geboren, namelijk de Mashiach, haAdon [de Heer], in de stad van David. En dit zij u het teken: Gij zult een Kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe. En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die G’d loofde, zeggende: Ere zij G’d in de hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens. En het geschiedde, toen de engelen van hen heengevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander spraken: Laten wij dan naar Beit Lechem gaan om te zien hetgeen geschied is en ons door de Eeuwige is bekendgemaakt. En zij gingen haastig en vonden Mir’yam en Yosef, en het Kind liggende in de kribbe. En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend hetgeen tot hen gesproken was over dit Kind. En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd. Doch Mir’yam bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. En de herders keerden terug, G’d lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.” (LoukaV Loukas [Lucas] 2:1-20).

 

De besnijdenis van Yeshua

 

“En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden (de Hebreeuwse naam voor de besnijdenis is hlym9tyrb B’rit Mila), ontving Hij ook de naam Yeshua, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen. En toen de dagen hunner reiniging naar de Tora van Moshe [Mozes] vervuld waren, brachten zij Hem naar Yerushalayim [Jeruzalem] om Hem de Eeuwige voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Tora van de Eeuwige: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Eeuwige, en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Tora van Adonai gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven. En zie, er was een man te Yerushalayim, wiens naam was Shim’on [Simeon], en deze man was een Tzadiq [rechtvaardige] en Chasid [vrome], en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en Ruach haQodesh [de Heilige Geest] was op hem. En hem was door Ruach haQodesh een G’dsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Mashiach van Adonai gezien had. En hij kwam door de Ruach [Geest] in Beit haMiq’dash [de tempel]. En toen de ouders het kind Yeshua binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der Tora, nam ook hij het in zijn armen en hij loofde G’d en zeide: Nu laat Gij, Eeuwige, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord, want mijn ogen hebben Yeshuat’çha [Uw heil] gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: licht tot openbaring voor de Goyim [heidenen] en heerlijkheid voor uw volk Yis’ra’el [Israël]. En Zijn vader en Zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd. En Shim’on zegende hen en zeide tot Mir’yam, Zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt - en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan - opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden. Ook was daar Chana [Hanna], een profetes, een dochter van P’nu’el [Fanuël], uit de stam Asher [Aser]. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende G’d onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag. En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede G’d en sprak over Hem tot allen, die voor Yerushalayim verlossing verwachtten. En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de Tora van Adonai te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Natzeret.” (LoukaV Loukas [Lucas] 2:21-39).

 

De wijzen uit het Oosten

 

“Toen nu Yeshua geboren was te Beit Lechem [Betlehem] in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Yerushalayim [Jeruzalem] en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Yerushalayim met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Mashiach geboren zou worden. Zij zeiden tot hen: Te Beit Lechem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet: En gij, Beit Lechem, land van Yehuda [Juda], zijt geenszins de minste onder de leiders van Yehuda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die Mijn volk Israël weiden zal. Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had. En hij liet hen naar Beit Lechem gaan, en zeide: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat Kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik Hem hulde ga bewijzen. Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kind was. Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het Kind met Mir’yam, Zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen Hem hulde. En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden Hem geschenken aan: goud en wierook en mirre. En van G’dswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren, trokken zij langs een andere weg naar hun land terug.” (vhyttm Matit’yahu [Mattheüs] 2:1-12).

 

De vlucht naar Egypte en de kindermoord

 

“Toen zij weggetrokken waren, zie, een engel van Adonai verschijnt Yosef in de droom en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf aldaar, totdat Ik het u zeg; want Herodes zal alles in het werk stellen om het kind om te brengen. Hij stond op en hij nam in de nacht het Kind en Zijn moeder en week uit naar Egypte, en daar bleef hij tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden hetgeen de Eeuwige door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Beit Lechem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst. Toen werd vervuld het woord, gesproken door de profeet Yir’m’yahu [Jeremia], toen hij zeide: Een stem is te Rama gehoord, geween en veel geklaag: Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat zij niet meer zijn. Toen Herodes gestorven was, zie, een engel van Adonai verschijnt in de droom aan Yosef in Egypte, en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder en reis naar Eretz Yis’ra’el [het land Israël], want zij, die het Kind naar het leven stonden, zijn gestorven. En hij stond op en hij nam het Kind en Zijn moeder en kwam in het land Israël. Toen hij echter hoorde, dat Archelaus koning over Judea was in de plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan. En van G’dswege in de droom gewaarschuwd, ging hij naar het gebied van Galilea, en, daar gekomen, vestigde hij zich in een stad, genaamd Natzeret [Nazareth], opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is, dat Hij Notz’ri [Nazoreeër] zou heten.” (vhyttm Matit’yahu [Mattheüs] 2:13-23).

 

Niet in tegenspraak met elkaar

 

U ziet het: als men deze beide geboorteverhalen niet naast elkaar legt maar achter elkaar leest, wat wij zojuist gedaan hebben, dan is er geen sprake van tegenstrijdigheden. Wat Lucas vertelt over de geboorte in de stal, de kribbe, de herders en engelen is gewoon eerst gebeurd, en pas later is gebeurd wat Mattheüs schrijft, namelijk het bezoek van de Wijzen, de kindermoord en de vlucht naar Egypte. Zoals gezegd moet men Mattheüs en Lucas dus gewoon achter elkaar zetten teneinde het volledige verhaal te krijgen. Inderdaad sluiten beide Evangeliën voor de oplettende lezer zo goed als naadloos aan en zijn beslist niet in tegenspraak met elkaar. Dat Mattheüs in Betlehem begint en niet in Nazareth is daarom ook logisch omdat zijn beschrijving pas na die van Lucas gelezen moet worden. Nazareth bestond overigens volgens archeologische opgravingen reeds 600 tot 900 voor de gewone jaartelling, maar werd oorspronkelijk slechts bewoond door enkele tientallen gezinnen. Ten tijde van Yeshua was Natzeret, zoals Nazareth in het Hebreeuws heet, weliswaar vrijwel onbekend buiten Galilea, maar bestond wel en droeg ook wel degelijk die naam, want reeds in 75 voor de gewone jaartelling verkreeg Nazareth de stadsrechten onder de regering van Alexander Jannaeus. De bewering dat Yeshua volgens Mattheüs niet in een stal, maar in een gewoon huis geboren zou zijn is onjuist, want dat staat er namelijk helemaal niet! In hoofdstuk 2, vers 1 schrijft Mattheüs slechts dat Yeshua in Betlehem werd geboren in de dagen van koning Herodes. Er staat niets over een huis. Dat huis komt pas in vers 11 ter sprake op het moment dat de wijzen op bezoek komen, maar dat is volgens vers 16 bijna twee jaar na de geboorte en daarom is het nogal logisch dat hier niet over een stal of herberg gesproken wordt. Bovendien hoeft het bezoek van de wijzen ook helemaal niet in Betlehem plaats gevonden te hebben. Het kan ook in Nazareth geweest zijn. Dat men in de traditie ervan uitgaat dat de wijzen naar Betlehem gingen is gebaseerd op vers 8, waarin staat dat Herodes hen naar Betlehem liet gaan. Maar dat ze daar dan ook daadwerkelijk naartoe zouden zijn gegaan staat er niet! In vers 9 staat slechts dat de ster hun voorging om hen de weg te wijzen en uiteindelijk bleef staan boven de plaats waar het Kind was. Deze plaats wordt niet met name genoemd en hoeft derhalve ook niet per se Betlehem te zijn. Verder zie ik er geen enkele tegenspraak in dat Yosef en Mir’yam hun baby volgens Lucas na de onreine periode naar de tempel brachten en daarna terug naar Nazareth gingen, terwijl Mattheüs de komst van de wijzen en de kindermoord beschrijft met aansluitend de vlucht naar Egypte, want hier worden twee gebeurtenissen beschreven waar bijna twee jaar tussen liggen en daarom zie ik daar helemaal geen probleem in. In twee jaar tijd kan veel gebeuren. Dat Josephus Flavius in zijn geschiedschrijving geen melding maakt van de kindermoord in Betlehem zegt niets. Deze geschiedschrijver heeft nog wel meer niet vermeld in zijn geschriften, want ook van het proces bij Pilatus en de daaropvolgende kruisiging van Yeshua gaf Josephus Flavius geen uitgebreid verslag, maar dat wil nog niet zeggen dat het daarom ook niet plaats gevonden heeft. Toch terug naar de gebeurtenissen tussen het vertrek uit Betlehem en de aankomst in Nazareth. Ik schreef reeds dat er in twee jaar tijd veel kan gebeuren. Wie zegt dat Yosef en Mir’yam met hun Kind in de tussentijd niet weer in Betlehem geweest zouden zijn? Wat dacht u bijvoorbeeld van Pesach, Shavuot en Sukot, de drie feesten waarop elke gelovige Israëliet als pelgrim naar Jeruzalem moest gaan? En Betlehem ligt op een steenworp afstand van Jeruzalem. Dus sowieso waren ze elk jaar in de buurt en dat kon ook makkelijk, want Herodes deed pas moeilijk toen Yeshua bijna twee jaar oud was en daarvoor blijkbaar niet. Eigenlijk hebben de wijzen slapende honden wakker gemaakt. Dus konden Yosef en Mir’yam met het Kind in elk geval ongehinderd van Galilea naar Jeruzalem en Betlehem komen totdat de wijzen uit het Oosten in de picture kwamen. Dat er in Mattheüs 2:23 staat dat Yosef de stad Natzeret heeft verkozen als woonplaats en zich dan met zijn gezin daar vestigde lijkt mij nogal logisch omdat Mir’yam uit deze stad afkomstig was, maar deze vermelding is helemaal niet in strijd met Lucas, want er staat toch nergens geschreven dat ook Yosef in Natzeret woonachtig geweest zou zijn voordat zij naar Beit Lechem gingen om zich daar te laten inschrijven? Men gaat er in de traditie van het kerstverhaal wel automatisch van uit, maar dat staat er niet. Lees maar Lucas 1:26 tot 2:5 helemaal. Daar wordt slechts vermeld dat Mir’yam in Natzeret woonde en dat zij met Yosef in ondertrouw was, maar er staat niet dat zij beiden in dezelfde stad woonachtig waren. En als we in Lucas 2:4 lezen dat Yosef samen met zijn zwangere vrouw Mir’yam optrok van Galilea uit de stad Natzeret dan wil dat ook nog niet zeggen dat hij daar woonde. Hij kan elders gewoond hebben, misschien wel een dorp verderop, en Miryam in Natzeret opgehaald hebben om naar Beit Lechem te gaan. Tenslotte nog dit: het klopt inderdaad dat Herodes in het jaar 4 voor Christus gestorven is, maar deze tijdsaanduiding is misleidend. Men zou daaruit kunnen concluderen dat hij dus 4 jaar voor de geboorte van Yeshua overleden zou zijn, maar dat is niet zo, want Yeshua zelf is namelijk tussen vier en zes jaar voor de gewone jaartelling geboren. In mijn bijbelstudie over het kerstfeest heb ik reeds heel gedetailleerd uitgelegd dat de christelijke jaartelling berust op een foutieve berekening van de scythische monnik Dionysius Exigus, die in de zesde eeuw in Rome woonde. Dus u ziet dat eventuele tegenstrijdigheden in de bijbel puur suggestief zijn. Daarom opnieuw mijn dringend advies om de Bijbel in geloof en vertrouwen te lezen want het is geen wetenschappelijk werk, maar een boek waarin het geloof centraal staat. De naam zegt het al: je gelooft het of niet…

 

De volkstelling

 

Maar zoals reeds in de inleiding vermeld hebben critici ook ten aanzien van de volkstelling die Lucas beschrijft ernstige twijfels. Ik begrijp de kritische vragen ten aanzien van de volkstelling in Lucas 2:1-7 maar al te goed en ik zal ook deze punten één voor één proberen toe te lichten. Zo zou een volkstelling volgens hen slechts bedoeld geweest zijn voor fiscale doeleinden, dus om de hoogte te bepalen van de belastingen naar aanleiding van grondbezit, maar het lijkt hun niet erg waarschijnlijk dat hij grond in Betlehem had. Welnu, volkstellingen werden niet alleen maar voor fiscale doeleinden i.v.m. de belastingen gehouden, maar o.a. ook om ethno-demografische en militair-strategische redenen. Sommige Romeinse keizers hielden in hun rijk namelijk per stad en provincie heel nauwkeurig gedetailleerde statistieken op na over de samenstelling van de bevolking op grond van geslacht en leeftijd, ethnische afkomst en religieuze overtuiging. Zo wilde keizer Nero bijvoorbeeld precies weten hoeveel belijdende Joden er in het Romeinse Rijk leefden. Dus niet in Palestina, maar in het hele rijk. Een gewone volkstelling zou in dat geval een onduidelijk beeld opleveren en daarom was er slechts één manier om daar achter te komen: Nero gaf aan de stadhouder Cestus de opdracht om de schapen te laten tellen die tijdens Pesach werden geslacht en dat aantal te vermenigvuldigen met het aantal personen per schaap voor de Pesachmaaltijd. Volgens Josephus Flavius waren het precies 256.500 schapen wat dus neerkomt op twee miljoen zevenhonderduizend en tweehonderd personen. Zoals je ziet waren er dus verschillende soorten van volkstellingen en elke volkstelling vond derhalve onder andere voorwaarden en andere omstandigheden plaats, afhankelijk van het doel. In dit geval was het dus van geen enkel belang of Yosef wel of geen grond in Beit Lechem had. Voorts is er volgens de critici geen verklaring te verzinnen om naar een stad te gaan, van voorouders van 3000 jaar geleden, dat ook nog eens in een ander bestuurlijk gebied ligt en verder kunnen zij daarin ook het belang van de Romeinen niet vinden. Bovendien heeft er volgens hen tijdens Herodes daar helemaal geen volkstelling plaats gevonden. Ook deze stellingen kloppen niet, en ik zal u ook uitleggen waarom. De in Lucas 2 beschreven volkstelling onder keizer Augustus doet mij sterk denken aan de diverse volkstellingen van Israël ten tijde van Moshe in de woestijn, die per stam en per geslacht (familie) werden gehouden, want volgens Lucas moest blijkbaar iedere Israëliet zich laten inschrijven in de woonplaats van zijn voorgeslacht. Dus uit Joodse zicht was zo een volkstelling helemaal niet zo vreemd, en het belang van de Romeinen zou zoals gezegd van statistieke aard kunnen zijn om een juist overzicht te hebben over de exacte ethnische samenstelling van de bevolking in Palestina omdat het op deze wijze namelijk mogelijk was om tot op zekere hoogte de juiste stam waartoe een Israëliet oorspronkelijk behoorde te kunnen achterhalen als iedereen zich liet inschrijven in de woonplaats van het voorgeslacht. Overigens is het absoluut niet waar dat er tijdens Herodes helemaal geen telling zou hebben plaatsgevonden. Integendeel! Die telling was er zeer zeker, namelijk volgens een verslag van Tertullianus ruim twee jaar voordat Herodes stierf. Het klopt wel dat er geen telling kon zijn onder Quirinius, maar wel onder Saturnius. Talrijke deskundigen hebben zich hierover het hoofd gebroken en sluiten de mogelijkheid niet uit dat Lucas, die het hele verhaal ook maar van horen zeggen had, Quirinius verward kan hebben met de eerdere Romeinse legaat van Syrië, Saturnius genaamd, die volgens Tertullianus in het jaar 6 vóór Chr. wel degelijk een volkstelling had gehouden in dat gebied. In principe is de naam van de stadhouder eigenlijk van minder belang, want het gaat uiteraard om de volkstelling zelf, die de aanleiding gaf dat Yosef en Mir’yam naar Beit Lechem kwamen. Verder ziet men er voor Yosef geen noodzaak van in om voor de volkstelling zijn hoogzwangere vrouw mee te nemen. Hier heeft men inderdaad wel een punt, maar dan wel puur op grond van de theoretische aanname dat Yosef daar inderdaad wel grond gehad zou hebben en de volkstelling uitsluitend bedoeld was om fiscale redenen, maar die noodzaak was er wel degelijk omdat de volkstelling van statistieke aard was, want ook Mir’yam stamt af van koning David, en tevens was het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de Mashiach in Beit Lechem, de stad van David geboren zou worden om de profetie te vervullen. Een ander argument dat men aandraagt is het feit dat Mir’yam hoogzwanger was. Een dergelijke reis in die tijd op een ezel zou grote risico's met zich meebrengen voor het ongeboren kind (eventueel miskraam). Gezien de Joodse moraal ten opzichte van leven en kinderen zou het niet erg waarschijnlijk zijn dat men dit soort risico's neemt. Weet u, Yosef en Mir’yam namen deze risico's blijkbaar wel omdat zij namelijk volledig op Adonai vertrouwden, want Hij was het uiteindelijk die deze reis überhaupt heeft gearrangeerd. Niets gaat toch buiten Hem om, en zeker niet de omstandigheden rondom de geboorte van Zijn Zoon? Bovendien zou het volgens de Oosterse moraal juist onverantwoord geweest zijn van Yosef om zijn hoogzwangere vrouw alleen achter te laten in Natzeret. By the way: er staat in de Bijbel overigens niets over vermeld dat Miryam de hele reis op een ezel afgelegd zou hebben zoals in het kerstverhaal altijd wordt gesuggereerd. U ziet dus, dat er voor alle ogenschijnlijke tegenstrijdigheden en dingen die op het eerste gezicht onlogisch lijken best wel op een logische en aannemelijke wijze te verklaren zijn, want de Bijbel is immers G’ds Woord, en G’d maakt geen fouten!

 

Getuigenis

 

Aan u de keuze wie u wilt geloven: de mensen die u met hun verkeerde redeneringen aan het twijfelen willen brengen of het onfeilbare Woord van G’d? Ik wil deze bijbelstudie afsluiten met de woorden van Yochanan: “Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van G’d is meerder, want dit is het getuigenis van G’d, dat Hij van Zijn Zoon getuigd heeft. Wie in de Zoon van G’d gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie G’d niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat G’d getuigd heeft van Zijn Zoon. En dit is het getuigenis: G’d heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van G’d niet heeft, heeft het leven niet! Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon G’ds, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 5:9-13). Amen!

 

Werner Stauder