014. Bijbelstudie over de
Deel 6: Exodus
23:19, 34:26 en Deuteronomium 14:21
Toen ik enkele jaren geleden een vijfdelige bijbelstudie over de spijswetten schreef, ben ik bewust niet nader ingegaan op de kwestie van de gescheiden keukens omdat ik daar op een later tijdstip nog op terug zou komen. Deze zesde studie zal ik daarom in zijn geheel besteden aan dit omstreden onderwerp. In de oorspronkelijke spijswetten was de combinatie van verschillende soorten voedsel namelijk slechts bijzaak, maar tegenwoordig is dit één van de belangrijkste wetten binnen de Joodse orthodoxie. De combinatie van vlees en melk is immers volgens de Halacha streng verboden en het is verplicht ieder mogelijk geval van deze combinatie te voorkomen. Dit heeft tot gevolg dat je na het nuttigen van vlees twee à drie uur geen melk in de koffie kunt drinken en geen melkhoudende toetjes kunt eten.Dit verbod staat echter niet expliciet in deze vorm in de geschreven Tora, maar wordt slechts afgeleid van het drie keer voorkomende verbod een bokje te koken in de melk van zijn moeder. Dit bracht de rabbijnen tot de overtuiging dat deze regel dan ook zodanig geïnterpreteerd moest worden, dat iedere combinatie van melk en vlees hieronder valt. Later hebben de Rabonim dit verder uitgebreid en ook op gevogelte betrokken. Door dit verbod wordt vlees en zuivel strikt gescheiden gehouden. Orthodoxe huishoudens hebben dan ook aparte pannen, keukengerei, serviezen, twee aanrechten en theedoeken, twee afwasbakken enzovoorts. De keuken moet in een vlees- en een melkhelft worden verdeeld, maar veel orthodoxe gezinnen hebben liever twee aparte keukens.
Om u een kleine indruk te geven
hoe secuur men volgens de Halacha daarmee dient
om te gaan, wil ik graag een aantal instructies hieromtrent citeren: “Gezien de
noodzaak van een totale scheiding tussen vlees en melk in de koschere keuken, zijn gescheiden borden, schalen,
pannen, tafelgerei, dienschalen, broodschalen en zoutvaatjes nodig. Deze
verschillende stellen eetgerei moeten in verschillende kasten bewaard worden.
Ook zijn gescheiden afdruiprekken, afdruipplanken, vaatborstels en vaatdoekjes,
schuursponsjes, theedoeken en tafelkleden nodig. Afwasmiddelen,
reinigingsmiddelen en schuurmiddelen die gebruikt worden om borden en pannen te
reinigen, moeten koscher zijn met een Kashrut-certificaat. Een veel gebruikte en praktische
methode in Joodse huishoudens, is om de verschillende voorwerpen voor vlees en
melk met verschillende kleuren aan te duiden, waarbij traditioneel vlees met
rood en melk met blauw wordt aangeduid. Afdruiprekken, sponzen en theedoeken
nemen in dit kleurensysteem een sleutelpositie in. Men moet speciaal zorgvuldig
zijn om voorwerpen die er eender uitzien voor melk en vlees, duidelijk te
merken, zoals keukenmessen, opscheplepels en houten pollepels. Maak een
merkteken op deze voorwerpen, door hen in verschillende kleuren aan te
schaffen, of door verschillende kleuren lijntjes of stippen op de handvaten te
verven overeenkomstig het kleurenschema. Ook gekleurde plastictape kan hiervoor
gebruikt worden. De scheiding van vlees en melk moet in de hele keuken
gehandhaafd worden. Gescheiden gootstenen voor het afwassen van borden e.d. en
voor de voorbereiding van voedsel zijn aanbevolen. Wanneer de twee gootstenen
aan elkaar grenzen, moet er een effectieve afscheiding tussen zijn, zodat geen
water van de ene kant naar de andere kant kan spatten.Men moet gescheiden
afwasbakken gebruiken en rekken die op de bodem van de gootsteen onder de
afwasbakken staan, en die enigszins verhoogd zijn, zodat de afwasbakken niet
direct met de gootsteen in aanraking komen. Twee gootstenen die voorheen
gebruikt werden voordat de keuken gekaschert
werd, moeten als niet-koscher beschouwd worden,
tenzij zij van roestvrij staal zijn gemaakt en gekaschert
zijn. Wanneer de twee gootstenen gekaschert
zijn, moet de één voor vlees en de ander voor melk bestemd worden. Een tafel
kan op verschillende tijdstippen voor vlees en melk gebruikt worden, mits men
verschillende tafelkleden of placemats gebruikt. Bestem gescheiden aanrechten
om met vlees en melk te werken. Wanneer er slechts één aanrechtblad is, dat
gebruikt moet worden voor beide, moet men gescheiden afdekkingen gebruiken.
Koel- en vrieskasten mogen gebruikt worden voor alle soorten voedsel. Maar men
moet wel aparte ruimtes aanwijzen voor vlees- en melkproducten. Soms reserveert
men een plank of de deur van de koelkast of vrieskast voor melkproducten.
Wanneer melkproducten op een plank in de koelkast worden bewaard, moet men de plank
afdekken met aluminiumfolie of plastic folie om lekkage op ander voedsel te
voorkomen. Wanneer melkproducten op het folie druppelt, moet dat zorgvuldig
verwijderd en vervangen worden. Dezelfde voorzorgsmaatregelen moet men nemen
met vleesproducten in de koelkast. Zodra er hitte aan te pas komt, worden de
wetten voor de onopzettelijke vermengingen van vlees en melk gecompliceerder.
Daarom moet men strenge voorzorgsmaatregelen nemen voor het gebruik van het
fornuis en de oven voor vlees- en melkproducten. De ideale toestand in een koschere keuken is als men twee aparte fornuizen kan
hebben, een voor vlees en een voor melkproducten. Wanneer één fornuis gebruikt
wordt, moeten bijvoorkeur aparte branders gebruikt worden. Het is het beste om
niet de verschillende soorten voedsel tegelijk op het fornuis te zetten, omdat
bij het koken de stoom van de ene pan op de andere kan spatten of het eten kan
overkoken, hetgeen ernstige Kashrut-problemen
veroorzaakt voor de gebruikte potten en pannen. Wanneer het echter absoluut
noodzakelijk is om tegelijkertijd vlees- en melkproducten op hetzelfde fornuis
te koken in verschillende pannen, dan moet men de uiterste zorg besteden dat de
deksels goed gesloten zijn en blijven gedurende het hele kookproces en dat men
een stuk aluminium folie of metaal rechtop tussen de pannen zet, om ze van
elkaar te scheiden. Pas ervoor op om niet de deksels van vlees- en melkpannen
tegelijkertijd op te tillen. Wanneer de deksel opgetild moet worden om te zien
hoever de inhoud gekookt is of om er ingrediënten bij te voegen, houd de deksel
dan niet boven de andere pan, en licht de deksel maar weinig op. Het is het
beste om de vlees- en melkpannen zodanig gescheiden te houden dat de stoom van
de ene pan niet tegen de andere pan kan komen. Het is het beste om een oven of
een magnetron maar voor één soort voedsel te gebruiken, vlees, parve of melk. Wanneer slechts één oven beschikbaar
is, is het gebruik van een draagbare gril of een toaster voor ander voedsel aan
te bevelen. Vlees- en melkproducten kunnen nimmer in dezelfde oven
tegelijkertijd gekookt of gebakken worden, zelfs niet in volledig gescheiden
pannen. Melkvoedsel mag niet in een vleesoven gekookt of gebakken worden en
vice versa. Parve voedsel dat in een vleesoven
of gril gebakken is, mag niet samen met melkproducten of op melkborden
opgediend of gegeten worden, tenzij aan de volgende voorwaarde is voldaan: de
oven, roosters en gril zijn grondig schoongemaakt. Het helpt als men een stuk
alumiumfolie onder de bakpan legt, om zo de roosters schoon te houden. Dit kan
lastig zijn als men geen zelfreinigende oven heeft. Vierentwintig uur moet zijn
verlopen sinds de oven voor vlees gebruikt werd. Als bijvoorbeeld vlees
gebraden werd in de oven, en daarna wil je een cake bakken, die bij melk
gegeten kan worden, zorg er dan voor dat je zeker weet dat de oven en het
rooster, waarop de bakpan moet staan, absoluut schoon zijn, wacht daarna 24 uur
voordat je de cake bakt. Hetzelfde geldt als men parve
in een melk-oven wil bakken. Het is aanbevelenswaardig om aparte bakspullen te
gebruiken voor parve. Wanneer men een oven
zowel voor vlees als melk wil gebruiken (op aparte tijden!), moet men een
bevoegde rabbijn raadplegen. Kleine huishoudelijke apparaten zoals een
elektrische mixer, blender en molens hebben geen aparte motoren nodig voor
vlees en melk. Maar men moet wel aparte accessoires kopen wanneer het apparaat
voor meer dan één soort voedsel (vlees, melk of parve)
gebruikt wordt. Ook als men aparte accessoires gebruikt, moet de machine na
gebruik aan alle kanten goed schoongemaakt worden. Afwasmachines moeten
bijvoorkeur uitsluitend òf voor vlees òf voor melk gebruikt worden. Voor
verdere vragen raadpleeg je rabbijn, want er zijn vele problemen mee gemoeid.”
Tot zover het citaat van de Joodse website http://www.hoor-israel.org/web/Encyclopedie/Kasjroet/KeukenKasjeren.htm.
Goede Joodse restaurants zijn òf 'vleesrestaurant' òf 'melkrestaurant', of ze
hebben hoe dan ook aparte gedeelten waar men melkproducten en vlees gescheiden
kan eten. Dit betekent dus in het praktijk, dat iemand die een koscher broodje rosbief wil eten niet aan dezelfde
tafel mag zitten waar de partner op dat moment een broodje kaas nuttigt. Voor
een romantisch etentje uit kan men dus beter van tevoren met elkaar afspreken
om het maar bij hetzelfde soort voedsel te houden om teleurstelling te
voorkomen. Het verbod op vermenging van
vlees en zuivel levert dus enerzijds heel wat beperkingen en anderzijds juist
extra inspanningen op. Maar vraagt de Eeuwige dit wel van ons? Heeft Hij ons
deze strenge voorschriften opgelegd? Weet u, daar heb ik dus eerlijk gezegd
ernstige twijfels bij. Het verbod zoals het in de Tora staat, is ons bekend en ook dat het drie keer
genoemd wordt. Maar wat ons nu in het kader van deze bijbelstudie interesseert
is de vraag hoe het tot de huidige radicale scheiding van melk- en
vleesproducten is gekomen, d.w.z. wie het bijbelse gebod zo streng heeft
uitgelegd en hoe hij het heeft onderbouwd. Als wij dit gebod namelijk
letterlijk nemen, dan gaat het slechts om het vlees van bokje en niet om
kalfsvlees, en dan ook alleen maar om de melk van zijn eigen moeder en niet om
geitenmelk in het algemeen, en zeker niet om koeienmelk. Als ik dus een broodje
rosbief eet met boter, dan overtreed ik - althans volgens de letterlijke tekst
- niet het genoemde gebod. Vanwaar en waarvoor dus deze strikte scheiding? Is
het slechts een hekwerk rondom de Tora of zit
daar meer achter? Ik denk dat wij allen heel graag willen weten hoe het precies
in elkaar zit. Om elk misverstand te voorkomen: ik wil hier duidelijk
benadrukken dat deze studie uitsluitend bedoeld is om G’ds wil hierin te
onderzoeken, want wij willen Hem graag gehoorzamen en Zijn geboden zo goed mogelijk
naleven, maar het ligt niet in mijn bedoeling om wie dan ook aan te vallen en
daarmee een reactie uit te lokken. Datzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor al
mijn andere bijbelstudies.
Hoe streng dit halachische verbod reeds in vroegere tijden werd toegepast in het dagelijkse leven, blijkt uit onderstaande citaten uit rjqh tvvjmh rpc Sefer haMitz’vot haQatzar van Rabbi Yisra’el Me’ir Kagan, beter bekend als de Chafetz Chayim (1838-1933) betreffende de Mitz’vot Lo-Ta’asei [de verboden] 91, 92 en 187 van de in totaal 613 geboden en verboden. Verbod nr. 91: “Het is verboden om vlees met melk samen te koken zoals er geschreven staat (tvm> Sh’mot 23:19): ‘Je zult het bokje niet koken in de melk van zijn moeder.’ Als iemand vlees kookt in melk, en daarbij de hoeveelheid van een olijfgrootte van elk gebruikt, dan verdient hij te worden gegeseld, zelfs als hij er niet van eet. Het is verboden om er ook maar enig profijt van te hebben en men moet het begraven en het is zelfs verboden om enig profijt te hebben van de as als het verbrand wordt. Dit geldt echter speciaal voor het vlees van een koscher dier in melk van een koscher dier, zelfs al was het nevela, dan verdient men zweepslagen wegens het koken. Maar wanneer het vlees was van een koscher dier in de melk van een niet-koscher dier, of vlees van een niet-koscher dier in de melk van een koscher dier, of als het vlees was van een koscher wild dier of van een vogel in melk, dan is het toegestaan dat samen te koken en er profijt van te hebben, maar men mag het niet eten. Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als vrouwen.“ Verbod nr. 92: “Het is verboden om vlees te eten dat in melk gekookt is zoals er geschreven staat (tvm> Sh’mot 34:26): ‘Je zult het bokje niet koken in de melk van zijn moeder.’ Als men van allebei een olijfgrootte eet, verdient men zweepslagen. Men is zelfs strafbaar als men geen plezier had van het eten; bijvoorbeeld als het zo heet was, dat hij zijn keel eraan verbrandde toen hij het at. Of als het zo bitter was, dat hij totaal geen plezier van het eten had. Niettemin hoort hij gegeseld te worden. Wanneer het vlees en de melk niet samen bereid zijn door te koken, maar door ze samen in te maken of als ze samen gezouten werden, dan is het verboden door de rabbijnen, maar men mag er dan wel profijt van hebben. Wanneer het vlees van een wild dier of van een vogel gekookt werd in de melk van hetzij een huisdier of van een wild dier, dan is het verbod om het te eten alleen een rabbijns verbod. Het is toegestaan om vis of sprinkhanen te koken in melk en men mag dat ook eten. Het geldt overal en altijd, zowel voor mannen als voor vrouwen.” De bepalingen voor het verbod nr. 187 betreffende ,yrbd D’varim [Deuteronomium] 14:21 komen op hetzelfde neer als de beide eerdergenoemde.
Na het lezen van deze strenge voorschriften komt nu de vraagstelling of Avraham dit gebod overtrad omdat hij zijn drie gasten vlees, boter en melk aanbood. Toen Avraham namelijk op het heetst van de dag bij ingang van zijn tent zat, zag hij drie mannen tot zich komen. Deze drie mannen waren geestelijke, hemelse wezens, die slechts menselijke lichamen hadden aangenomen om voor Avraham zichtbaar te zijn en met hem te kunnen communiceren. Sommige bijbeluitleggers zijn van mening dat zij alle drie geschapen engelen waren; maar uit ty>arb B’reshit [Genesis] 18:1 blijkt duidelijk, dat één van hun de Eeuwige zelf was, want daar staat geschreven: “En de Eeuwige verscheen aan hem bij de terebinten van Mamre”. De Eeuwige verscheen dus samen met twee engelen als gast en liet Zich door de knecht van Avraham en Sara een maaltijd opdienen. Op zich niet zo vreemd, want ook Yeshua at na Zijn opstanding gewoon met Zijn discipelen ondanks het feit dat Hij een verheerlijkt lichaam had. Het meest verrassende hieraan is echter in dit geval niet het feit dat geestelijke wezens kunnen eten zoals wij, maar de samenstelling van deze maaltijd, dus wat Avraham aan zijn hemelse gasten als voedsel durfde voor te schotelen, namelijk kalfsvlees met boter en melk. Niet echt koscher volgens de huidige Kashrut, maar toch aten zij ervan zoals in de Tora nadrukkelijk staat vermeld: “En Avraham liep naar de runderen, nam een kalf, mals en goed, en gaf het aan een knecht, en deze haastte zich om het te bereiden. Ook nam hij boter en melk en het kalf, dat hij bereid had, en zette het hun voor; en hij stond onder de boom bij hen, terwijl zij aten.” (ty>arb B’reshit [Genesis] 18:7-8). De Eeuwige en de engelen aten het vlees en de boter, en zij dronken de melk, wat streng verboden is door de Halacha. Overtrad nu ook Adonai zelf daarmee één van Zijn eigen geboden, één van de spijswetten? Sinds de tijd van de Talmud wordt immers het gebod: "Gij zult een bokje niet koken in de melk van zijn moeder" zo uitgelegd, dat men volgens G'ds wil geen vlees samen met melkproducten mag eten. En nu? Een G'd, die Zijn eigen wet overtreed? Hoe moeten wij dat zien? Kan dat wel? Joodse uitleggers proberen dit dilemma enigszins af te zwakken door te beweren dat het vlees pas uren later geserveerd werd dan de melk. Zo zegt het commentaar ,ynqz tid Da’at Z’qeinim hierover, dat Avraham eerst de melk en de boter bracht, zodat de gasten meteen iets konden eten en drinken, want het slachten en bereiden van het kalf zou tamelijk lang geduurd hebben en zo lang laat je de gasten niet hongerig wachten. Rabbi Sh'lomo ben Yitz'chaqi, beter bekend als Rashi (1040-1105), verklaart dat Avraham het hun bracht zodra hij iets bereidt had. Aangezien het kalf nog geslacht moest worden en daarna nog gekookt, duurde dat wel even. Dus was de melk en de boter veel eerder beschikbaar dan het vlees. Volgens Rashi werd dus eerst de melk en de boter gebracht en pas veel later het vlees. Dit is echter een bewering die hij vanuit de grondtekst niet hard kan maken, want ten eerste staat er juist dat de knecht zich haastte om het te bereiden en ten tweede staat er in de grondtekst heel duidelijk dat Avraham een kalf aan zijn knecht gaf om het te bereiden en daarna pas staat er dat hij hun de boter, de melk en het kalf dat hij bereid had, voorzette. Dus allemaal tegelijk en niet apart met een paar uurtjes ertussen. Anderen geven als argument aan, dat de spijswetten pas sinds Moshe van toepassing waren en nog niet ten tijde van Avraham. Op het eerste gezicht lijkt dit argument wel iets te hebben, maar bij nader inzien blijkt het toch niet echt steekhoudend, want waarom zou de Eeuwige hier iets op een dermate in het oog vallende wijze doen, wat Hij later nadrukkelijk zou verbieden? Toch ook daar denkt Rashi iets op gevonden te hebben, want hij gaat in zijn verklaringen verder met: "het scheen alsof zij aten, maar werkelijk aten zij niet, want engelen eten niet." Ook vinden wij dit terug in de Midrash hbr ty>arb B'reshit Raba: "Hebben zij dan gegeten? Ze deden net alsof ze aten." - Ook dit is een bewering die men uit de grondtekst niet hard kan maken, want daarin staat immers duidelijk dat Avraham onder de boom bij hen stond terwijl zij aten. Dus niet: terwijl zij deden alsof zij aten, maar gewoon: terwijl zij aten! Ik heb op het internet nog een derde orthodoxe poging gevonden om dit dilemma op te lossen: “De reden waarom de engelen van de verboden mix aten is, dat voor engelen er geen spiritueel verschil bestaat tussen melk en vlees. In de hemel is alles één eenheid met HaShem en daar zijn geen schadelijke combinaties van kwade krachten in de hemel. Dus, de engelen aten dit, wat alleen verboden is voor hen die leven in deze wereld. Daarom gaf Avraham de engelen dus het verboden eten om te demonstreren dat de Tora niet nodig is voor engelen, omdat de spirituele wetten van kwade krachten van deze wereld niet voor hen gelden. HaShem zei tegen de protesterende engelen: Jullie aten van de verboden mix van melk en vlees, dat bewijst dat engelen de Tora niet nodig hebben. Omdat de kwade krachten hen niets doen. Mensen daarentegen, die erg beïnvloed zijn door ’t kwaad, hebben de Tora nodig en mogen daarom geen vlees en melk samen nuttigen.” - Deze gedachtegang mag dan misschien wel in de Kabbala terug te vinden zijn, maar zeker niet in de Tora! Daarin staat gewoon dat Avraham zijn drie gasten melk, boter en kalfsvlees gaf en dat zij het aten zonder daar blijkbaar enig probleem mee te hebben. Niet omdat de kwade krachten hen niets doen, maar simpelweg omdat het helemaal geen verboden mix blijkt te zijn. Het kalf was immers geen bokje en het was bovendien ook niet gekookt in de melk van de koe. En ook de bewering dat er geen kwade krachten in de hemel geweest zouden zijn en de engelen niet beïnvloed konden worden door het kwaad, is onwaar, onbijbels en misleidend. Zowel in de TeNaCH (Jes. 14:12-15) alsook in B'rit haChadasha (Opb. 12:7-9) staat immers een gedetailleerde beschrijving van de opstand van de hooggeplaatste engel Lucifer en de oorlog in de hemelse gewesten tussen Micha’el en zijn engelen en de satan en zijn engelen, die vervolgens op de aarde werden geworpen. Het kwaad had dus wel degelijk invloed op een deel van de engelen en daarom heeft ook de derde poging om het feit dat Adonai en Zijn engelen melk en vlees bij Avraham nuttigden af te zwakken, handen noch voeten. Dus nogmaals: waarom zou de Eeuwige heel demonstratief iets eten en drinken in een combinatie met elkaar die Hij later nadrukkelijk zou verbieden? Ik zie daar eerlijk gezegd de logica niet van in en daarom zie ik de beschrijving van deze gebeurtenis als een ondersteuning voor mijn opvatting dat het oorspronkelijke bijbelse verbod om een bokje in de melk van zijn moeder te koken weinig te maken heeft met het latere rabbijnse verbod om melkproducten samen met vlees te nuttigen en er zelfs gescheiden keukens op na te houden.
.vma blxb ydg l>bt9al Lo tevashel gedi bachalev imo [Gij zult een bokje niet koken in de melk van zijn moeder]. Drie maal lezen wij deze Pasuq in de Tora, namelijk in tvm> Sh’mot [Exodus] 23:19 en 34:26 alsook in ,yrbd D’varim [Deuteronomium] 14:21. Volgens de Talmud leert het eerste dat we vlees niet mogen bereiden met melk, het tweede leert ons dat wij geen vlees mogen eten met melk en het derde toont aan dat wij geen voordeel mogen halen uit het bereiden van vlees samen met melk. Het mag niet eens aan jouw hond gegeven worden. (]ylvx Chulin 15a). Klopt dat wel? Laten we deze drie P’suqim even één voor één in hun juiste context bekijken: “Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Eeuwige Adonai verschijnen. Gij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet met iets gezuurds offeren, noch zal het vet van Mijn feestoffer de nacht overblijven tot de morgen. Het beste der eerstelingen van uw bodem zult gij in het huis van de Eeuwige, uw G’d, brengen. Gij zult een bokje niet koken in de melk van zijn moeder.” (tvm> Sh’mot [Exodus] 23:17-19). - “Driemaal in het jaar zal ieder van u, die van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Eeuwige Adonai, de G’d van Israël, verschijnen, want Ik zal volken voor uw aangezicht verdrijven en uw gebied ruim maken; en niemand zal uw land begeren, wanneer gij opgaat, om voor het aangezicht van de Eeuwige, uw G’d, te verschijnen driemaal in het jaar. Gij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet op iets gezuurds slachten, en het slachtoffer van het Pesachfeest mag de nacht niet overblijven tot de morgen. Het beste van de eerstelingen van uw bodem zult gij in het huis van de Eeuwige, uw G’d, brengen. Gij zult een bokje niet koken in de melk van zijn moeder.” (tvm> Sh’mot [Exodus] 34:23-26). - De derde keer dat deze Pasuq in de Tora genoemd wordt, vormt de slotzin van de spijswetten in ,yrbd D’varim [Deuteronomium] 14:21. Vanaf vers 3 vinden wij in dit hoofdstuk een opsomming van reine en onreine dieren, van dieren die geoorloofd zijn ter consumptie en dieren die ongeoorloofd zijn. Gezien het feit dat in deze slotzin specifiek over een bokje en zijn moeder wordt gesproken en niet over de zuigelingen van koschere zoogdieren in het algemeen ben ik van mening dat wij de tekst letterlijk moeten nemen en dat wij niet zomaar de sprong kunnen maken van het geitenbokje naar alle vlees en dus ook een kalf onder ydg Gedi kunnen laten vallen zoals Rashi beweert.
Het blijkt opnieuw dat bijbelteksten vaak een eigen leven gaan leiden als men ze geïsoleerd leest, maar als wij ze in hun context lezen komen wij dikwijls tot hele andere inzichten. Zo blijkt in dit geval, dat de Pasuq: “Gij zult een bokje niet koken in de melk van zijn moeder” beide keren dat het in tvm> Sh’mot [Exodus] wordt aangehaald, in direct verband staat met de feestoffers in de voorgaande verzen. Het staat daar niet zonder reden. Het verwijst naar een maaltijd volgens oosters spiritueel gebruik. Het heeft niets te maken met het vermengen van melk en vlees, maar het koken van een bokje in de melk van zijn moeder was in die tijd een offer volgens de riten van heidense religies en was dus afgoderij. Het was daarom voor G’ds volk verboden en wordt hier in de tekst vermeld om dit duidelijk te maken. Het gaat dus met name om de handeling van het koken van een bokje in de melk van zijn eigen moeder en niet om koffiemelk of een ijsje na de vleesmaaltijd. Volgens het commentaar van Matthew Henry betreffende Ex. 23:19 en 34:26 heeft het niet koken van het bokje in de melk zijner moeder naar alle waarschijnlijkheid betrekking op het feest der inzameling, waarbij G’d niet wilde, dat zij deze bijgelovige plechtigheid zouden overnemen, die zij waarschijnlijk bij de Egyptenaren of bij andere naburige volken gezien hadden om er hun oogst mee te zegenen. Op het feest der inzameling ofwel het feest van de oogst, zoals het genoemd wordt in Ex 23.16 moeten de Israëlieten G’d dank brengen voor de oogstzegeningen, die zij hadden ontvangen; en van Hem afhankelijk zijn voor de volgende oogst, en niet denken, dat zij nut of voordeel zouden erlangen door het bijgelovig gebruik van sommigen der heidenen, die, naar men zegt, bij het eindigen van hun oogst een bokje kookten in de melk zijner moeder, en dit melkkooksel onder het uitspreken van toverformules over hun tuinen en akkers sprenkelden, om ze vruchtbaar te maken voor het volgende jaar. Israël moest zulke occulte gewoonten verafschuwen. Ook volgens het commentaar van Dächsler doelt het verbod op een bij de heidenen meermalen voorkomend bijgelovig gebruik, om na het einde van de oogst een geitenbokje in de melk van zijn moeder te koken, en met deze melk bomen, wijnstokken, velden enz. te besprengen, waaraan men dan een magische, toverachtige invloed tot groter vruchtbaarheid van de daarmee besprengde bomen enz. toeschreef. Reeds Maimonides, een zeer beroemde Joodse theoloog en wetverklaarder, en na hem Abarbanel hebben op deze uitleg gewezen; dien ten gevolge werd aan Israël verboden, hun feest van de inzameling door heidens bijgeloof te ontwijden en door dergelijke gebruiken te bezoedelen, maar het op de door G’d bevolen wijze te houden, dan zou de zegen van de Eeuwige niet ontbreken. Ook het commentaar van Leidraad betrekt dit verbod op het feest van de oogst. Een bokje koken in de melk van zijn moeder was een magisch ritueel ter bevordering van de vruchtbaarheid. Het volk Israël was als een nomadenvolkje met veekudden op weg naar het Beloofde Land, Kanaän. Daar gingen ze zich vestigen. De landbouw moesten ze nog leren. Ongetwijfeld zouden ze allerlei methoden gaan overnemen van de Kanaänieten. Maar het hele leven van toen was vervlochten met de godsdienst. De Israëlieten liepen het gevaar om met die methoden óók de godsdienstige gebruiken over te nemen. Het bijbelse verbod om een bokje in de melk van zijn moeder te koken heeft dus volgens deze commentaren niets te maken met aparte serviezen en aanrechten voor melk- en vleesproducten, maar berust op een heidense praktijk bij de naburige volken van Israël. Het schijnt dus volgens oude bronnen ook bij de inwoners van Kanaän een gebruik geweest te zijn om bokjes in moedermelk te koken en vervolgens deze melk over de grond te sprenkelen. Het doel van dit bijgelovig ritueel was om de grond vruchtbaar te maken en de oogst van het land daarmee te bevorderen. Dit lijkt mij derhalve een logische verklaring te zijn waarom dit bijbelse verbod genoemd wordt in combinatie met de opdracht om het beste van de eerstelingen van de bodem in het huis van de Eeuwige te brengen. In elk geval was de bedoeling van dit verbod op de eerste plaats om te voorkomen dat de Israëlieten dit magisch ritueel van de heidense volken voor hun eigen oogstfeest zouden overnemen. Zowel Rabbi Levi ben Gershom, beter bekend als de Ralbag (1288-1344) alsook Rabbi Moshe ben Maimon, beter bekend als Maimonides of Rambam (1135-1204) zeiden dat het eten van een bokje dat gekookt werd in de melk van zijn moeder een praktijk was van afgodendienaars (,ykvbn hrvm More Nevuchim 3:48). In een hele oude tekst wordt een Kanaänietisch offerritueel beschreven: "Op een vuur koken de jonge mannen een bokje zeven keer in melk, een lam in boter." Israël echter wordt telkens weer in de Tora vermaand om zich van de gruwelijke afgodendienst van de volken verre te houden. Het is derhalve zonder meer zeer aannemelijk om dit verbod als tegenreactie in verband te brengen met de occulte heidense praktijken van de volken in die regio.
Volgens de oude rabbijnen was de diepste bedoeling van het verbod een bokje te koken in de melk van zijn moeder de essentie om leven te beschermen door respect en eerbied te tonen voor de heiligheid van het leven. Het vlees symboliseert hierbij de dood en de melk representeert het leven en het hoort niet om leven en dood met elkaar te vermengen (Tzeror haMor, rhvz Zohar 2:124b). Volgens Dächsler was dit heidense gebruik ook verboden omdat het een omkering van de g’ddelijke orde was, ten opzichte van de betrekking tussen ouden en jongen; het verbod zou dan op één lijn staan met voorschriften als: “Een rund of een stuk kleinvee zult gij niet tegelijk met zijn jong op één dag slachten” (Lev. 22:28) en: “Wanneer gij onderweg een vogelnest aantreft in een of andere boom of op de grond, met jongen of eieren, en de moeder zit op de jongen of de eieren, dan zult gij met de jongen niet ook de moeder wegnemen” (Deut.22:6). Dit was verboden omdat barbaars en wreed was voor de dieren. Dit verbod leert ons mededogend te zijn voor onze eigen natuurgenoten, en het denkbeeld van alles wat barbaars en wreed is te verafschuwen. Moedermelk is de voeding van het bokje, daardoor leeft het. Als het nu daarin gekookt wordt, dan betekent dit voor het bokje juist de dood, wat eigenlijk de levensbron behoort te zijn. Dat druist tegen de natuur in en dat wil G'd niet! Onze G'd handelt weliswaar bovennatuurlijk, maar niet tegennatuurlijk! Een van de dingen die wij kunnen leren uit dit verbod is dus volgens mij, dat wij alles moeten vermijden, wat tegen de natuur indruist, want het is tegennatuurlijk om een bokje te koken in datgene wat hem eigenlijk tot voedsel zou dienen. G'ds Woord spreekt veel van hetgeen overeenkomstig de natuur is en daarom schreef ook Rav Sha'ul in een van zijn brieven: „Leert de natuur zelf u niet?“ (1 Korinthiërs 11:14).
U ziet dus dat een verkeerde interpretatie van dit kleine zinnetje waar deze hele bijbelstudie over ging, ervoor gezorgd heeft dat er door de Joodse orthodoxie een strenge scheiding van melk en vlees wordt gehandhaafd wat uiteindelijk zelfs resulteerde in twee keukens, twee koelkasten, twee soorten bestek, twee soorten servies en ga zo maar door. Maar zo heeft Adonai het mijns inziens zeer zeker niet bedoeld, want dat staat er niet. Hier staat alleen maar dat men een bokje niet mag koken in de melk van zijn moeder, niet meer en niet minder. Wij moeten ons dus niet laten verleiden om geboden van mensen te gehoorzamen, die wij niet in de Tora terug kunnen vinden, want er staat geschreven: "Gij zult aan wat Ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw G’d, onderhoudt, die Ik u opleg" (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 4:2) en: "Al wat Ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen" (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 12:32). Dus laten wij het maar houden bij hetgeen er geschreven staat! Ik ben er zeker van dat een koe nooit de moeder van een schaap of kip kan zijn en daarom zie ik geen bijbelse reden om b.v. geen koffiemelk te mogen gebruiken nadat men Shoarma of Kebab heeft gegeten. En zelfs als ik een ijsje eet na een rundvleesgerecht, dan nog is het bokje niet gekookt in de melk van de moeder. Ik wil de studie afronden met een Joodse mop uit de liberale hoek over het feit dat de orthodoxie zo gefixeerd is op een strikte scheiding van vleesproducten en zuivel terwijl de Eeuwige tot drie keer aan toe in de Tora gezegd heeft waar het Hem om gaat: G’d zegt tegen Moshe: "Je mag het bokje niet in de melk van zijn moeder koken." - "O" zegt Moshe, "U bedoelt, dat we helemaal geen vlees samen met melkproducten mogen eten." Daarop antwoordt de Eeuwige: "Moshe, luister toch goed naar wat Ik zeg: je mag het bokje niet in de melk van zijn moeder koken!" - "O", zegt Moshe, "U bedoelt dat we aparte serviezen moeten hebben voor melk- en vleeskost." - "Moshe!", zegt G’d, "Ik herhaal het nog één keer: je mag het bokje niet in de melk van zijn moeder koken!" - "O", zegt Moshe, "U bedoelt dat we aparte aanrechten moeten hebben voor melk- en vleeskost". Ontmoedigd draaide G’d zich om en ging weg. - Deze mop doet mij denken aan de woorden van Yeshua, die gezegd heeft dat zij “ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Yeshayahu vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen. Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien en uw oren, omdat zij horen.” Amen! (vhyttm Matit’yahu [Mattéüs] 13:13-16) en vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 6:9-10).
Werner Stauder