004. Bijbelstudie over de Joodse identiteit van
DE GEMEENTE - HAQEHILA
hlyhqh
Toen in 1934 onze bekende
Joodse zuster Rebecca de Graaf-van Gelder in het openbaar beleed dat Yeshua [Jezus] de Messias is, ging zij naar een
Bijbelschool om méér over G’ds Woord te leren. Bij een vertaling over één van
de profeten zei het schoolhoofd tegen haar: “Rebecca, ik ben zó blij dat jij
bij ons gekomen bent!” Maar toen antwoordde Rebecca: “Pardon, juffrouw, ú bent bij òns gekomen!” - Wat wilde
Rebecca hiermee eigenlijk zeggen? Heel eenvoudig, namelijk dat er bij veel
christenen een enorme denkfout zit, die al bijna 2000 jaar een scheiding heeft
gemaakt die er niet had mogen zijn! Men beschouwt het als een groot wonder als een Jood tot het
levende geloof komt! Maar laten we eerlijk zijn: is het nou echt zo bijzonder
als een Israëliet tot geloof in de G’d van Israël komt en ontdekt, dat de Jood Yeshua uit het geslacht van David,
de koning van Israël, de beloofde Messias van Israël is, waarover de profeten
van Israël hebben gesproken? Is het zo wereldschokkend als een Jood begint te geloven
in zijn
eigen Joodse Bijbel? Want ook h>dxh=tyrb B’rit haChadasha [het
Nieuwe Testament] is immers een door en door Joods boek! Moeten we het derhalve
niet veeleer als een wonder zien, dat ook heidenen, bijvoorbeeld Chinezen,
Indiërs of Afrikanen, die eerst hele andere goden dienden, tot geloof in de G’d
van Israël komen, die ze daarvóór niet kenden? Deze denkfout komt voort uit de
gedachte, dat de Kerk, die uit gelovigen van alle volkeren en naties bestaat, waaronder óók Joden, in de plaats van
Israël zou zijn gekomen als “Volk des HEREN”! Ondanks de sterke vermenging met
heidense invloeden en rituelen (die een gruwel zijn in G’ds ogen) beschouwt men
het christendom ook in de huidige vorm als de “enige ware G’dsdienst” en het
Jodendom wordt op één noemer gegooid met het hindoeïsme, boeddhisme, islam en
andere niet-christelijke religies. Logischerwijs gaat men er dan ook van uit,
dat een Jood die Yeshua aanneemt als Heer en
Verlosser, geen Jood meer is, maar een christenen is geworden, net zo als een
Arabier die de Qur’an [koran] inruilt tegen de
Bijbel en belijdt dat Isa [Jezus] de Zoon van
G’d is, geen moslim meer is, maar een christen is geworden. En toch zit het met
de Jood anders! Rebecca de Graaf schreef over haar bekering het volgende: “Toen
ik als Jodin ging ontdekken dat Yeshua de
beloofde Messias is, ben ik geen “christin” geworden. Ik ben eerst rècht Jodin
geworden en gebleven! Compleet! Evenals Paulus die ná zijn bekering zich een Israëliet
noemt (Romeinen 11:1 en Galaten 2:15). De aan mijn volk (Israël) beloofde
Messias werd in de komst van Yeshua vervuld. En
dáár spreekt het tweede gedeelte van de Bijbel van, die door Messiasbelijdende
Joden geschreven is! Eigenlijk moeten die witte bladzijden (die een
visuele scheiding maken tussen die twee delen) er gewoon tussen uit! Het is één
boek, door Israël geschreven en aan de wereld gegeven volgens de opdracht van
G’d “dat Israël tot een licht voor de
heidenen zou zijn” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 49:6). In de velden
van Efrata werd in een paar zinnen (als het
ware in een notendop) G’ds plan met deze wereld ontvouwd, namelijk: “Verkondiging van grote blijdschap voor heel
het volk (Israël) en vrede op aarde, de wereld.” G’d heeft de gehele wereld
op het oog waarin Hij Israël als Zijn instrument gebruikt. Tot op de dag van vandaag!
Door Yeshua, Israël’s
Messias. Het staat er zo duidelijk: “Nadat G’d eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen
gesproken had door de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons
gesproken door de Zoon.” (,yrbi Ivrim [Hebreeën] 1:1) - Yeshua en Israël behoren bij elkaar. Hij is niet los verkrijgbaar! Ik meen
dat dáár het grote schisma zit waar wij nu eeuwenlang mee zitten en blijven
zitten wanneer wij niet gewillig zijn om òns denken te laten vernieuwen (Romeinen
12:2). Ik meen dat dit nodig is, want de kerken hebben de beloften die aan Israël
gegeven zijn zichzelf toegeëigend met uitsluiting (in de plaats) van Israël.
Een klacht van Israëls G’d in laqzxy Yechez’qel [Ezechiël] 36:5: “Die Mijn
land aan zichzelve ten erve hebben gegeven!” Ik denk dat wij deze zaak
eerst recht moeten zetten, op z’n plaats, op Zijn plaats! Teruggeven,
inleveren, dat is ook: verzoenen! Niet de exegese van de Schriften, maar heel
eenvoudig lezen wat er staat en doen wat
er staat!” - Tot zover onze geliefde zuster Rebecca de Graaf-van Gelder,
bij velen bekend als tante Rebecca. Het zijn wijze woorden die wij ons ter
harte moeten nemen.
Eerst de Jood en ook
de Griek
De opmerking van het hoofd van
de bijbelschool is een voorbeeld van het totaal verkeerde denkpatroon van veel
christenen: “Rebecca of welke Jood dan ook, die tot geloof in Christus komt, is
nu een christen geworden en komt bij òns in de gemeente, in ònze
gemeente, en hoort nu bij het volk van G’d, want wij, de Gemeente, zijn toch
immers het Volk van G’d!” - G’ds Woord, de Bijbel, spreekt daar echter heel
anders over, want daar lezen wij immers precies het tegenovergestelde: een heiden,
die tot geloof in de G’d van Israël
komt en de Joodse Messias aanneemt
als Heer en Verlosser, is geen vreemdeling meer, maar heeft het burgerrecht van
Israël verkregen (Efeziërs 2:12-13).
Let op: er staat niet “het burgerrecht van het Koninkrijk der hemelen” maar
“het burgerrecht van Israël”, want Israël is het Volk van G’d, Israël is de
Gemeente, althans het gelovige deel van Israël! En zo zien wij dan ook in het
verhaal van Cornelius (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 10 en 11) dezelfde situatie zoals in het
verhaal van Rebecca en het hoofd van de bijbelschool, maar dan precies
andersom: “En al de gelovigen uit de
besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van
de Heilige Geest ook over de
heidenen was uitgestort”. Er staat hier letterlijk dat de Messiasbelijdende
Joden heel verbaasd stonden te kijken,
want het was gewoon ondenkbaar, dat ook niet-joden vervuld konden worden met de
Heilige Geest en toegelaten zouden worden tot de Gemeente, die toen dus nog
geheel Joods was! En toen Keifa [Petrus] later
in de samenkomst vertelde dat ook heidenen tot geloof in de G’d van Israël
kwamen, verheerlijkten zij G’d en zij riepen het uit: “Zo heeft dan G’d ook
de heidenen de bekering ten leven geschonken.” Als u goed hebt opgelet
staat er voor “de heidenen” steeds het woordje ook. Dat geeft
aan, dat er sprake is van een toevoeging,
geen vervanging en het geeft tevens in G’ds heilsplan de juiste volgorde aan:
eerst de Jood en ook de Griek ofwel de heiden. Dit principe gaat als een
rode draad door de gehele Bijbel en het komt dan ook in Romeinen 2:9-10
bijzonder duidelijk naar voren: “Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend
mens, die het kwade bewerkt, eerst de
Jood en ook de Griek; maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder,
die het goede werkt, eerst de Jood en ook
de Griek!” En zo is het ook met de
Gemeente: zij is in eerste instantie Joods, want de Gemeente is het gelovig
deel van Israël, maar ook de gelovigen uit de
volken mogen er deel van uitmaken. Zij mogen er bijhoren, maar de Gemeente is
niet van hùn! Zij hebben het niet voor het zeggen, althans vanuit de Bijbel gezien.
De realiteit is echter helaas anders.
Vervangingsleer
Zolang de Gemeente
uitsluitend uit Joden bestond, was er nog niets aan de hand, want ook of juist
in haar navolging van Yeshua haMashiach [Jezus Christus], die als Jood geboren is en als Jood geleefd heeft, zag
zij zichzelf altijd als deel van Israël. Het was immers nooit de bedoeling van Yeshua en Zijn Joodse leerlingen, dat er uit hun
activiteiten een zelfstandige G’dsdienst, los van Israël, zou voortkomen. In
Handelingen 2:46-47 lezen wij derhalve dan ook over de Joodse volgelingen van Yeshua: “En
voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan
huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij
loofden G’d en stonden in de gunst bij
het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden
werden.” - Zij stonden in de gunst van het gehele volk, het Joodse volk wel
te verstaan. Waarom? Omdat zij zich door niets van al de overige Joden
onderscheidden, behalve door hun geloof in onze Mashiach [Messias] Yeshua. Zij vierden de Shabat en de feestdagen, zoals Messiasbelijdende
Joden in Israël en daarbuiten dat nu weer doen. En zolang de eerste bekeerde
heidenen maar in bescheiden aantal in de Gemeente kwamen en zich keurig aan de
bestaande huisregels hielden, was er ook nog niets aan de hand. De problemen
begonnen eigenlijk pas toen het aantal gelovigen uit de volken (heidenen)
dermate groeide dat zij uiteindelijk in de meerderheid waren en als het ware
een coup pleegden! De bestaande, door G’d zelf gegeven huisregels (samengevat
in de Tora) werden buiten werking
gesteld en door nieuwe, door mensen bedachte regels en wetten (samengevat in
catechismen en allerlei kerkordes) vervangen.
De oorspronkelijke bijbelse feestdagen werden door heidense feestdagen vervangen, die uiteraard eerst in een
christelijk jasje zijn gestopt, zodat het minder opvalt dat de oorsprong
daarvan pure afgoderij is. De bijbelse kalender werd door een heidense kalender
vervangen en tot de dag van vandaag
neemt men bij het opnoemen van weekdagen en maanden de namen van afgoden in de
mond. Alles went, en zolang men het maar vaak genoeg doet vindt men het uiteindelijk
normaal. De door G’d zelf ingestelde Shabat [sabbat] werd uiteraard ook niet ontzien en door de heidense zondag vervangen, de dag die oorspronkelijk
aan de zonnegod gewijd was, zoals de naam reeds doet raden. Kort daarna heeft
men ook het Oude Testament vervangen
door het Nieuwe, met de redenering: “Het
oude is voorbij gegaan, zie, het nieuwe is gekomen!” (2 Korinthiërs 5:17).
Heel vroeger mochten rooms-katholieke gelovigen niet eens een hele Bijbel in
huis hebben; alleen het Nieuwe Testament was toegestaan, want men beschouwde
het Oude Testament ten eerste voor afgedaan en ten tweede als een boek van de
misdaden en de ontrouw van het hardnekkige, Joodse volk! En nadat de Gemeente
uiteindelijk volledig “ontjoodst” was en verder niets meer te vervangen overbleef, werd tenslotte geheel
Israël door de Kerk vervangen!
Men redeneerde namelijk als volgt: omdat de Joden de Messias hadden verworpen
had G’d hen verworpen, en ditmaal voorgoed! Dr. Hans Jansen schreef hierover:
“In het
Heroriëntatie
Ik zal u in het
kader van deze bijbelstudie niet vermoeien met voorbeelden van het vele leed
dat door de eeuwen heen het Joodse volk werd aangedaan als direct gevolg van de
geestelijke verwoestende uitwerking van ongekende mate, die de vervangingsleer
heeft gehad. Misschien kom ik er later wel op terug. Ik wil in dit verband
slechts vermelden dat bijna 2000 jaar christendom een spoor van bloedige
Jodenvervolging laat zien en dat is mijns inziens ruim voldoende reden om de
christelijke theologie en de kerken te zuiveren van anti-joodse tendensen en de
Joodse identiteit van de Gemeente te herontdekken. Ik ben daarom blij om te
constateren dat ondanks het feit dat het vervangingsdenken er nog ruimschoots
aanwezig is tot in de evangelische kringen toe, toch veel christenen zich
vandaag de dag met Israël en het Jodendom bezig houden en er ook weer veel
mensen zijn die aan de bijbelse opdracht voldoen om Jeruzalem de vrede toe te
bidden. Toch wil ik hierbij de kanttekening maken, dat het niet voldoende is om
zich geheel vrijblijvend uit interesse of schuldgevoel met Israël bezig te
houden. Wie nu belijdt Yeshua haMashiach [Jezus Christus] en de Bijbel serieus te nemen in zijn leven zal zich ook
ernstig moeten afvragen of hij niet méér moet gaan leven en geloven zoals Yeshua en Zijn leerlingen dat deden. En dan komt
men onherroepelijk bij het Messiasbelijdende Jodendom uit en daarmee ook bij
Israël! Wie zich een ware volgeling van Yeshua weet, zal zich daarom niet alleen maar uit belangstelling of solidariteit
met Israël en het rabbijnse Jodendom bezig moeten houden, maar ontkomt er niet
aan zich ten behoeve van zijn eigen leven en geloven en dat van zijn gemeente
of kerk waartoe hij behoort, intensiever op het Messiasbelijdende Jodendom te
oriënteren. Temeer als men een leidinggevende positie in de gemeente bekleed
moet men zich realiseren dat er geen zegen kan rusten op een kerk die op haar
beurt Israël niet zegent! De Eeuwige heeft immers in ty>arb B’reshit [Genesis] 12:3 aan Av’raham [Abraham]
en het volk Israël plechtig beloofd: “Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u
vervloekt zal Ik vervloeken!” Het moge duidelijk zijn dat de houding van
G’d naar de gemeente toe mede bepaald wordt door de houding van de gemeente
naar G’ds oogappel Israël toe: zegen voor zegen, vervloeking voor vervloeking,
onverschilligheid voor onverschilligheid en tenslotte ook vervanging voor
vervanging! Christenen die nog steeds heilig ervan overtuigt zijn dat de
Kerk-uit-de-heidenen in de plaats van Israël zou zijn gekomen, moeten daarom
ook niet vreemd opkijken dat de moslims evenzo heilig ervan overtuigt zijn dat
de Islam in de plaats van zowel Israël alsóók van de Kerk gekomen zou zijn,
want beiden hebben immers gefaald in hun ogen, en dat is een fundamenteel gegeven
in de Qur’an [Koran]! Musa [Mozes] was een profeet, Isa [Jezus] was
eveneens een profeet, maar Muhammad [Mohamed]
was de laatste en grootste van alle
profeten, want hij was de boodschapper van de laatste openbaring. De
Joden zijn niet het volk van G’d, want zij faalden en de christenen zijn ook
niet het volk van G’d, want zij faalden eveneens! De moslims daarentegen zijn
wel het volk van G’d, want zij doen wat in de Qur’an staat! Bent u het hiermee eens? Heeft de Islam inderdaad zowel Israël
alsook de Kerk vervangen in G’ds heilsplan? Natuurlijk niet! Weet daarom goed
wat u zegt of denkt wanneer u er nog steeds van uitgaat dat de Kerk in de
plaats van Israël zou zijn gekomen. Want als het namelijk inderdaad mogelijk
was dat G’d Israël ondanks Zijn onvoorwaardelijke en eeuwige beloften door de
Kerk had vervangen, dan zou Hij het zeer zeker ook met de Kerk doen, want
redenen daarvoor zijn er ruimschoots aanwezig! Maar gelukkig is onze G’d, de
G’d van Israël anders dan Allah zoals die in
de Qur’an [koran] wordt voorgesteld! G’ds
uitverkiezing is onherroepelijk! U ziet in elk geval dat er een geweldig
verschil ligt tussen de bekering van een Jood of van een heiden: een Jood die Yeshua aanneemt, komt gewoon naar huis, maar een
heiden die Jezus aanneemt, wordt toegevoegd!
Erfgenamen en mede-erfgenamen
Juridisch gezien
bevindt zich iemand die toegevoegd is in een andere rechtspositie dan degene
die er al was, en dat wordt vooral duidelijk bij het toekennen van een erfdeel.
Na het overlijden van een rijke persoon staan de erfgenamen in de rij om een zo
groot mogelijk deel van het vermogen als erfdeel te ontvangen, zelfs ook als
men met de overledene reeds vele jaren geen contact heeft gehad. Dikwijls ontstaat
er onderling nogal ruzie over de vraag wie de meeste rechten heeft en het wil
ook nog wel eens gebeuren dat men gaat trouwen met de enige erfgenaam om mede-erfgenaam te worden omdat men op de
kostbare erfenis aast! En vooral uit Amerika horen we vaak dat de
mede-erfgenaam na een tijdje weer gaat scheiden om daarbij “zijn” of “haar”
deel van de erfenis op te eisen, soms wel miljoenen! Het is daarom van groot
belang om via de notaris de rechten van de wettige erfgenamen en de later
toegevoegde mede-erfgenamen in het testament vast te leggen. Meestal wordt het
dan zodanig geformuleerd, dat er van rechten voor de mede-erfgenamen alleen
maar sprake is binnen het huwelijk, dus in relatie met de wettige erfgenaam. En
precies zo is het eigenlijk ook met de Gemeente! Door het geloof in de Joodse
Messias zijn de gelovigen uit de heidenen toegevoegd in de toen reeds bestaande
Gemeente, Israël, en zijn dus mede-erfgenamen geworden. Hun relatie met de
wettige erfgenamen, de Joden, was gebaseerd op ware liefde en daardoor mochten
zij delen in de kostbare erfenis en genoten derhalve ook dezelfde rechten.
Helaas heeft de Kerk zich later gedragen zoals ik hierboven reeds als voorbeeld
heb aangehaald: deze mede-erfgenaam heeft zich laten scheiden, de wettige
erfgenaam de deur uitgezet en heel brutaal de hele erfenis voor zichzelf
opgeëist! Zij heeft daarbij echter vergeten, dat ook in dit geval in het
testament (het Nieuwe Testament) is vastgelegd, dat zij als mede-erfgenaam
uitsluitend recht heeft op de erfenis binnen de relatie met de wettige
erfgenaam, anders niet! Wil men dus de zegen ervaren, dient deze relatie eerst
hersteld te worden en moet men de erfgenaam zijn rechtmatige positie weer
teruggeven! Ook Sha’ul haShaliach [de apostel Paulus] spreekt in zijn brief aan de Efeziërs over
mede-erfgenamen om de plaats van de gelovigen-uit-de-volken in de Gemeente aan
te geven en duidelijk te maken dat niet Israël bij hun moet komen, maar dat zij
bij Israël zijn ingetrokken: “Bedenkt
daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden
genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het
vlees is, dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden
der belofte, zonder hoop en zonder G’d in de wereld. Maar thans in Christus
Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het
Verder schrijft Sha’ul, dat de heidenen eerst vreemd waren aan de
verbonden der belofte, verbonden dus in meervoud, want zowel het Oude Verbond
alsóók het Nieuwe Verbond heeft de Eeuwige op de eerste plaats met Zijn volk
Israël gesloten: “Zie, de dagen komen,
luidt het woord van Adonai, dat Ik met het huis van Israel en
het huis van Juda een Nieuw Verbond sluiten zal. Niet zoals het Verbond,
dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen
uit het land Egypte te leiden: Mijn Verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel
Ik Heer over hen ben, luidt het woord van Adonai. Maar dit is het Verbond, dat Ik met
het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van Adonai: Ik zal Mijn Tora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal
hun tot een G’d zijn en zij zullen Mij
tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een
ieder zijn broeder leren: Kent Adonai: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder
hen, luidt het woord van Adonai, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.”
(vhymry
Yir’m’yahu [Jeremia] 31:30-34). Nu is de scheiding tussen Joden en heidenen weggenomen door Yeshua, die Zijn bloed gegeven heeft tot verzoening
en ten behoeve van de hele wereld. Jood en heiden zijn tot elkaar genaderd,
omdat ze samen, door Yeshua aan te
nemen, genaderd zijn tot G’d. In G’ds Zoon vinden alle ware gelovigen elkaar
door Ruach haQodesh [de Heilige Geest]
en worden alle tegenstellingen overbrugd. De Gemeente van Yeshua geeft hier vorm en gestalte aan. In de verzen
19 t/m 22 van het aangehaalde hoofdstuk 2 uit de Efezenbrief worden heerlijke
dingen gezegd van deze heilige gemeenschap. Dáár woont Yeshua zelf! Maar onthoud: Hij is onze Vrede, de Vredevorst,
Sar Shalom, die de echte
vrede en éénheid maakt en doet verkondigen! Maar wat de Eeuwige bedoelde als
een éénheid hebben mensen weer gescheiden! Terwijl Yeshua de tussenmuur, die scheiding maakte tussen
Joden en heidenen, heeft weggebroken om twee één te maken, heeft de Kerk de
muur zelf weer opgetrokken door alles wat Joods was, af te schaffen, Yeshua van Zijn volk Israël los te koppelen en voor
zichzelf te annexeren! En alsof de weer opgetrokken muur tussen Israël en de
Kerk nog niet erg genoeg was, hebben de christenen onderling nog een heleboel andere
muren, als het ware tussenmuren, die de diverse kerken van elkaar scheiden,
opgetrokken zodat er een heuse doolhof is ontstaan waarin men behoorlijk kan
verdwalen! En met betrekking tot de Joodse identiteit van de Gemeente zijn
reeds ontelbare christenen verdwaald en zelfs afgedwaald! Sha’ul zegt in de Korinthenbrief, dat onze G’d een
G’d van orde is en niet van wanorde. Het had toch eigenlijk heel duidelijk en
overzichtelijk kunnen zijn: één
Gemeente, waarin Jood en Griek, man en vrouw samen de Eeuwige zouden dienen,
loven en aanbidden! Maar door eigenwijsheid, hoogmoed, koppigheid en onverdraagzaamheid
van mensen, die zich “gelovigen” noemen, is het helemaal niet meer zo
duidelijk! Zeg eens zelf: wie mag zich tegenwoordig nog wel de legitieme erfgenaam
noemen? Welke kerk mag van zichzelf zeggen, dat zij de Gemeente is waarvan de
Bijbel spreekt? Is het echt de rooms-katholieke Kerk? Daar beweert men
inderdaad dat de paus de vervanger van Christus op aarde is en katholiek
betekent immers ook “algemeen” ofwel “algeheel”. Of zijn het de
Samen-op-Weg-Kerken bij elkaar? Of mischien zijn het toch wel de Baptisten-
Methodisten- Adventisten- of Evangelische Gemeenten? Er zijn nog wel tientallen
of mischien zelfs honderden kerken, sekten of groepen te noemen, die allemaal
aanspraak op de legitieme naam “de Gemeente” zouden kunnen maken! Tijdens Zijn
laatste Sedermaaltijd in de nacht voor Pesach bad Yeshua in het
hoogpriesterlijke gebed voor de éénheid van Joden en heidenen in de Gemeente: “En Ik bid niet alleen voor dezen [de
Joden], maar ook voor hen [de
heidenen], die door hun woord
[zending] in Mij geloven, opdat zij allen
één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij
en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij
gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun
gegeven, opdat zij één zijn, gelijk
Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij
gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.”
(]nxvy Yochanan [Johannes] 17:20-23). - In ,ylht Tehilim [Psalmen] 78:52 wordt het volk Israël vergeleken
met een kudde schapen: “Hij liet Zijn
volk als schapen optrekken, leidde hen als een kudde door de woestijn” en
in ]nxvy Yochanan [Johannes] 10:16 zegt Yeshua: “Nog
andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en
zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder.”
- De andere schapen zijn de gelovigen-uit-de-volken en ook uit deze tekst
blijkt duidelijk dat de kudde Israël is en de schapen zijn de gelovige Joden.
De andere schapen hoorden er eerst niet bij, maar worden door Yeshua toegevoegd,
zodat het één kudde zal zijn met één Herder! Let wel: zij worden
toegevoegd en komen niet in de plaats van de schapen die er al waren! De kudde
wordt met de komst van de andere schapen niet vervangen! Het is nog steeds
dezelfde kudde: Israël! Het was de nadrukkelijke wens van de Goede Herder dat
het één kudde zal worden. Maar terwijl
Yeshua aan het kruis riep: “Het is volbracht!”, namelijk dat Hij
o.a. de éénheid en verzoening tussen de Joden en heidenen teweeg had gebracht,
zijn de gelovigen nog steeds bezig wat Hij samengevoegd heeft te scheiden. Dat
dit heeft kunnen gebeuren komt door het niet goed luisteren naar en niet goed
lezen (of niet goed vertalen) van hetgeen wat Sha’ul vooral in Romeinen 9-11 en Efezen 11 zo heeft benadrukt!
In het reine komen met Israël
Israël is het
slachtoffer geworden van de enorme moeite, die de gelovigen uit de volken
hadden en nog hebben om de heidense afgoderij volledig los te laten en zich
radicaal over te geven aan de G’d van Israël en zich te laten redden door een
Redder, die niet uit hun eigen midden komt, maar uit het Joodse volk. Men heeft
er moeite mee om te erkennen dat de redding der volken daarin ligt, dat zij de slip van de Joodse man moeten
vastgrijpen (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 8:23) en deze Joodse man is Yeshua, die ooit als Koning der Joden terug zal
komen naar Israël om vanuit Jeruzalem te regeren! Ik wil daarom nogmaals
herhalen: wie zijn hart aan de Heer gegeven heeft en het ook echt meent, de
Bijbel als woord van G’d serieus neemt, moet zich ervoor inzetten dat zijn kerk
in het reine komt met Israël, want wij zien overal om ons heen dat het in
praktisch alle kerken behoorlijk rommelt! De traditionele kerken lopen leeg en
de evangelische gemeenten krijgen de ene scheuring en afsplitsing na de andere
te verduren (hoeveel scheuringen heeft intussen niet alleen al de zogenaamde
“Toronto-Blessing” veroorzaakt, zelfs in gezinnen?) en ondertussen blijft men
maar bidden voor een opwekking, die maar niet wil komen. En dat is ook logisch
want eerst moet de blokkade weg worden genomen. Eerst moet hersteld worden wat
vervangen is! Men moet aan de wettige erfgenaam zijn erfdeel teruggeven waar
hij recht op heeft en de onderlinge liefdesrelatie herstellen! Een kerk of
gemeente heeft geen enkel bestaansrecht buiten Israël om, en daarom is er ook
geen hoop op een vernieuwing van de gemeente of op een opwekking zonder dat de
kerk in het reine komt met Israël. Er is geen echte zendingsvisie mogelijk
zonder een juist zicht op de plaats en identiteit van Israël en er is ook geen
visie op G’ds Koninkrijk mogelijk zonder Israël en ook geen
eindtijdverwachtingen, want Yeshua komt niet
op de Mount Everest terug maar op de Olijfberg, en Hij zal niet vanuit Den Haag
regeren, maar vanuit Jeruzalem! De hele bijbelse boodschap, waarin de komst en
de wederkomst van de Messias centraal staat, is niet los van Israël te maken.
Ook de wekelijkse rustdag en de christelijke feestdagen krijgen pas hun volle
diepere betekenis als ze weer teruggekoppeld worden aan de Shabat en de Joodse feestdagen, waar ze
oorspronkelijk aan vast zaten. Zonder Pesach kan men de kern van het Paasevangelie niet bevatten en zonder Shavuot weet niemand waarom Ruach haQodesh [de Heilige Geest] uitgerekend met Pinksteren
is uitgestort en zonder Yom Kipur is het niet
te begrijpen waarom Yeshua de zonden
der wereld op Zich nam en voor ons de straf droeg! Ik ga hier later nog in
aparte bijbelstudies nader op in. Het gaat er nu om, dat de kerk weer terug
moet naar de edele olijf, waarvan zij zichzelf heeft afgesneden door Israël los
te laten! Het is nu de tijd, want G’d is bezig met de uitvoering van Zijn
drievoudige herstelplan voor Israël, zoals wij in ,ylht Tehilim [Psalmen] 85:1-3 kunnen lezen: “Gij zijt uw land goedgunstig geweest, o
Eeuwige, in het lot van Ya’aqov [Jakob] hebt Gij een keer gebracht; Gij hebt de ongerechtigheid van uw
volk vergeven, al hun zonden bedekt.” 1. Het land werd
verlost. De verwoeste steden zijn weer opgebouwd en in 1948 de staat Israël
hersteld.
Het oordeel over de kerk
Het is nu de
hoogste tijd dat de kerk met Israël in het reine moet komen, want zij heeft
Israël geestelijk en soms zelfs ook letterlijk beroofd, terwijl het achtste
gebod zegt: “Gij zult niet stelen!”
en dat blijft niet zonder gevolgen: “Want,
zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande
de volken die u uitgeplunderd hebben - want
wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan -: voorwaar, zie, Ik beweeg Mijn
hand tegen hen!” (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 2:8).
Wat hier over de volken wordt gezegd, slaat dus óók op de gelovigen uit de volken:
“Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis G’ds;
als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam
blijven aan het evangelie G’ds?” (1 Petrus 4:17). De kerk heeft G’ds
oogappel als gevolg van de vervangingsleer veel leed aangedaan, en daarom komt
er nu een oordeel over de kerk en de straf voor al datgene wat de christenen de
Joden in de loop der eeuwen hebben aangedaan wordt steeds duidelijker zichtbaar
en staat precies in verhouding tot het vergrijp:
1.
De kerk heeft Israël vervangen en dreigt nu zelf te
worden vervangen door de islam of new age.
2.
De kerk heeft zich alle beloften van Israël toegeëigend
en liet de vervloekingen over aan de Joden. Wij zien nu dat er in alle kerken
problemen, scheuringen en ruzies komen en er van zegen weinig te merken is.
3.
De kerk heeft Israël van zijn identiteit als Gemeente en
Volk van G’d beroofd en is nu zelf in een enorme identiteitscrisis terecht gekomen.
4.
De kerk heeft de Joden versmaad en veracht en nu worden
de christenen vaak over de nek aangekeken of belachelijk gemaakt.
5.
De kerk wilde het Jodendom laten verdwijnen en nu is zij
door de enorme leegloop zelf een kleine minderheid geworden.
6.
De kerk vervolgde en verstrooide de Joden over de hele wereld
en is nu zelf in vele landen verstrooid, verscheurd, verdeeld en gesplitst in
allerlei denominaties.
7.
De kerk heeft de Joodse feestdagen door heidense
feestdagen vervangen. Nu zijn er inmiddels ook landen waar christelijke
feestdagen worden ingeleverd om plaats te maken voor islamitische en
hindoeïstische feestdagen.
8.
De kerk heeft de Shabat [sabbat] als rustdag vervangen door de
zondag en straks raakt men in Nederland ook de zondag als rustdag kwijt.
Redenen genoeg voor
de kerken om naar de Joden toe oprecht en openlijk schuld te belijden en berouw
te tonen om met Israël in het reine te komen. Diepgaande bezinning op de
relatie tussen Israël en de kerk uit de heidenen is nodig. Israël moet weer
haar Bijbelse plaats innemen in het belijden, in de verkondiging en in de
geloofspraktijk van elke dag. Voor het herstel van het oorspronkelijke Joodse karakter
van de Gemeente is het echt noodzakelijk dat men een proces van hervorming van
het christendom aangaat, waarbij alle elementen en praktijken die duidelijk in
strijd zijn met de Joodse oorsprong verwijderd dienen te worden, vooral degenen
waarvan men kan aannemen dat Yeshua zelf die zou
hebben afgewezen! Ik denk daarbij onder andere aan het opstellen van een
versierde kerstboom in de kerk of het beschilderen van paaseitjes door de
kinderen in de zondagsschool! Andersom dienen zowel de Shabat alsook de Bijbelse feestdagen weer in de
kerk gaan leven en de volle Bijbelse inhoud krijgen, uiteraard met een
duidelijke Messiaanse invulling. De Gemeente is toe aan een heroverweging van
de plaats en de functie van de Tora in leer en leven.
Men moet leren te onderscheiden tussen de G’ddelijke wetten en geboden en
menselijke inzettingen en tradities zoals rabbinale gebruiken, en die onderscheiding
in praktijk brengen. De kerk moet gezuiverd worden van elke vorm van
antisemitisme, want antisemitisch betekent letterlijk anti-G’d, je zou dus
eigenlijk ook anti-christ kunnen zeggen. Semieten zijn nakomelingen van Sem en
Sem is in het Hebreeuws ,> Shem hetgeen “naam”
betekent. En dat is een typisch Joodse omschrijving voor de naam van G’d: ,>h haShem [de Naam]. De kerk moet weer gaan zoeken
naar de Bijbels-Joodse wortels van het christelijk geloof. Chuck Cohen,
voorganger van een Messiasbelijdende gemeente in Jeruzalem, zei eens: “Het
beeld van de Kerk is de kerstboom! Hij ziet er van buiten schitterend uit,
prachtig versiert, maar na de kerst kan je hem weggooien, want hij gaat dood omdat
hij geen wortels heeft. Ook de kerk is ontwortelt en zonder haar Joodse wortels
gaat zij net zo dood als de kerstboom! Daarom moet de kerk weer terug naar de
edele olijf, waar zij zichzelf van heeft afgesneden door Israël los te laten. Sha’ul [Paulus] geeft in de brief aan de Romeinen
een hele uitleg over Israël, dat door G’d niet verworpen is zoals de gelovigen
uit de heidenen veronderstelden, en hij gebruikt het voorbeeld van de olijfboom
om hun verhouding met Israël te verduidelijken. Ik bewaar dit echter voor een
volgende bijbelstudie, omdat Sha’ul drie hele
hoofdstukken in de Romeinenbrief aan de rol en plaats van zowel het gelovige
deel van de Joden alsook van de gelovigen uit de volken besteed. Hij moest
alles op een rijtje zetten want door de grote toestroom van bekeerde heidenen
ontstonden er echt wel problemen in de toen nog puur Joodse Gemeente. Sha’ul kampte met de moeilijke vragen, hoe hij aan
de Joden Bijbels kon bewijzen dat de gelovigen uit de volken er ook bij mochten
horen en wel zonder besnijdenis en andersom hoe hij aan de heidenen kon
duidelijk maken dat Israël niet verworpen heeft en zij dus niet in de plaats
van de Joden zijn gekomen. Ik denk dat hij het heel moeilijk heeft gehad om die
twee stromingen binnen de gemeente bij elkaar te houden. Het voorbeeld van de
edele olijf en de wilde loten neemt in zijn betoog een centrale plaats in en ik
denk dat het goed is om aan de drie hoofdstukken van de Romeinenbrief een
aparte bijbelstudie te wijden.
Conclusie
Samenvattend kunnen wij dus
concluderen, dat het gelovige deel van Israël de Gemeente is, want reeds in a ,ymyh yrbd Div’rei haYamim alef [1 Kronieken] 28:8 lezen wij: “Nu dan, ten
aanschouwen van geheel Israël, de
gemeente des Heren, en ten aanhoren van onze G’d zeg ik u: onderhoudt en
onderzoekt alle geboden van de Eeuwige, uw G’d, opdat gij dit goede land moogt
bezitten, en voor altijd geven tot een erfenis aan uw zonen na u.” Vanaf het begin was het de bedoeling van de Eeuwige dat
ook heidenen in de gemeente mochten komen, want in rbdmb Bamidbar [Numeri] 15:15 wordt gezegd: “Wat
de gemeente betreft, eenzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de
vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn
voor uw geslachten: gij en de
vreemdeling zullen voor de Eeuwige gelijk
zijn. Eenzelfde wet en eenzelfde
voorschrift zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft.”
U ziet het: in de Gemeente is geen onderscheid tussen Israëlieten en heidenen,
maar men mag niet vergeten wie de gemeente is: Israël! De gelovigen uit de
heidenen zijn als het ware “geestelijke immigranten” en dienen zich wel aan de
bestaande wetten te houden zoals ook in elk land van nieuwe immigranten wordt
verwacht en zoals de Eeuwige hierboven heeft opgedragen! Onder het Nieuwe
Verbond hoeven zij echter niet genaturaliseerd worden tot staatsburgers van het
immigratieland. Ze mogen hun eigen nationaliteit behouden, maar krijgen een
permanente verblijfsvergunning, een vergunning tot vestiging. Ze hoeven geen
Joden meer te worden en zich te laten besnijden, wat onder het Oude Verbond
eerst wel het geval was. Zij integreren met behoud van de eigen identiteit. Zij
worden dus geen Israëlische staatsburgers, maar krijgen volgens de Efezenbrief
wel de burgerrechten van Israël, de gemeente des Heren. G’d heeft geen twee
gemeenten, zoals Hij ook geen twee bruiden heeft, want Hij is getrouw! Als in
Openbaring 21:9 en 22:17 en ook andere plaatsen in verband met de gemeente
gesproken wordt over de bruid, de vrouw van het Lam, dan heeft men het over de
zelfde bruid waarover het hele boek ,yry>h ry> Shir haShirim [Hooglied] gaat: Israël! De Eeuwige zelf heeft Israël tot bruid verkozen,
zoals wij ook elders lezen: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig:
Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid
en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Eeuwige
kennen.” (i>vh Hoshea [Hosea]
2:18-19). Yeshua zei tegen Zijn Talmidim [discipelen] de bekende woorden: “Gij zijt het licht der wereld.” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 5:14). Woorden van de zelfde strekking vinden wij echter ook in
vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 49:6, waar wij aldus lezen: “Ik stel u tot een licht der volken, opdat Mijn heil reike tot het einde der aarde.” - De Eeuwige belooft aan Israël een prachtige toekomst: “Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te
meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: ymi al Lo Ami [Gij zijt mijn volk niet], zullen zij genoemd worden kinderen van de levende G’d.” (i>vh Hoshea [Hosea] 1:10). Maar de gelovigen
uit de volken geeft Hij een grote opdracht: “Een
ieder, die gelooft, dat Yeshua [Jezus] de Mashiach [Christus] is, is uit G’d geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren
worden, heeft ook degene lief, die uit Hem geboren is. Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen G’ds liefhebben, wanneer
wij G’d liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde G’ds, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn
geboden zijn niet zwaar, want al wat uit G’d geboren is, overwint de wereld; en
dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof!” (a ]nxvy Yochanan
alef [1 Johannes] 5:1-4).A