Tsaraat
Dit zijn de voorschriften met
betrekking tot besmetting door meeldauw in wollen of linnen kleding, geweven of
gebreid materiaal, of artikel uit leder, om deze rein of onrein te verklaren.
(Leviticus 13:59 NIV)
Waarom spreekt de Torah zoveel
over tsaraat?
De Torah
spreekt veel over de tsaraat plaag. Volgens mijn
inzicht hebben geen van de in de wereld van vandaag bekende ziekten deze
symptomen zoals de Torah beschrijft. We hebben echter
verschillende voorbeelden in de Schriften van mensen die deze ziekte hadden, en
sommige van hen werden genezen, met name door onze
Rabbi. Al deze gevallen hebben iets gemeen, ze vonden plaats in een tijd waarin
de Eeuwige onder de mensen woonde, met andere woorden, toen de
tabernakel of een van de twee tempels er stonden. Dit leert ons dat de
aanwezigheid van de Eeuwige als een tweesnijdend zwaard is, aan de ene kant
geneest Zijn aanwezigheid al onze ziekten, maar aan de andere kant, wordt meer
trouw geëist van de mensen en vooral onder de leiders om te voorkomen dat
ziekte en plaag over ons zal komen. In de Torah gaat
heel wat tekst over deze ziekte, omdat het op vele manieren tot uiting kan
komen, bij mensen en bij voorwerpen in de nabijheid van de mens; elk geval
moest dus in detail worden uitgelegd. Trouwens, het lijkt besmettelijk te zijn
en daarom was het belangrijk om zeer zorgvuldig te zijn met het
verwijdering ervan zodat het geen invloed op anderen zou krijgen (zie Deut.
24:8). Bovendien, door deze plaag te vergelijken met zonde, leren we om
zorgvuldig met de zonde in onze zielen om te gaan en het te
beletten te groeien, alles wat mogelijk is te doen om het te elimineren,
en het met de wortel uit te trekken. Om dat te doen, moeten we het naar de
hemel uitschreeuwen om hulp omdat mensen niet in staat zijn om hun zonde uit te
trekken zonder hulp van Boven.
Het toont ons ook dat de Eeuwige zeer
in deze plaag geïnteresseerd is, omdat Hij er een grote hoeveelheid tekst in
zijn boek aan wijdt om deze kwestie te regelen. Dit feit heeft een groot
messiaans geheim; dat is de reden waarom in de joodse traditie de Messias ook
wel "De Melaatse" wordt genoemd.
Zijn er verschillende soorten onreinheid
?
Zo houdt u het volk van Israël gescheiden van hun onreinheid, opdat zij
niet sterven in hun onreinheid door mijn tabernakel te verontreinigen, dat in
hun midden is. (Lev. 15:31 ESV)
Er zijn drie soorten van onreinheid: morele, rituele en fysieke.
Rituele onreinheid is die welke voornamelijk de relatie met de
tabernakel beïnvloedt. Ook al vinden we tussen deze drie soorten van onreinheid
een verband, het is belangrijk om ze te scheiden om verwarring te voorkomen.
Wetten die spreken over afscheiding van onreinheid omwille van de tabernakel, hebben te maken met rituele onreinheid. Dit
betekent dat het verbod voor de zonen van Israël om onreine dieren te eten geen
hygiënische redenen heeft. Het is niet omdat onrein vlees schadelijke elementen
voor de gezondheid bevat dat de Eeuwige het voor Zijn priesterlijke natie
verbiedt. Het kan zijn dat het ongezond is, maar dat is niet de reden voor het
verbod. Het is niet dat het spijsverteringssysteem schadelijk is op vlak van
gezondheid, dat de Torah er regels over heeft, maar
omdat die vertering rituele onreinheid met zich brengt. De
zonen van Israël moesten afstand nemen van rituele onreinheid, omwille van het
gevaar van de aanwezigheid
ervan in het tabernakel dat onder hen was. Onze Rabbi sprak niet van rituele
onreinheid, maar van morele onreinheid in zijn toespraak over voedsel in Marcus
7:15-23, waar geschreven is: "Er is niets buiten de mens dat, door bij hem
in te gaan, hem kan verontreinigen. Maar dat van uit hem komt, dat is het wat
een mens bezoedeld. Wie oren heeft om te horen, laat hem horen. En toen Yeshua het huis was binnen
gegaan, apart van de massa, vroegen zijn leerlingen hem over deze gelijkenis.
En Hij zei tot hen: Kunt ook gij niet onderscheiden?
Weet gij niet, dat alles wat van buiten binnengaat in een mens,
hem niet kan verontreinigen? Want het komt niet zijn hart binnen, maar in zijn
buik, en wordt in het verteringsproces geworpen, dat alles wegdraagt wat wordt
gegeten. Maar dat uit een mens voortkomt, dat verontreinigt een mens. Want van
binnenuit, vanuit het hart van de mens komen kwade gedachten, overspel,
hoererij, diefstal, moord, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, wellust, een boos
oog, beschimpen, hoogmoed, dwaasheid voort. Al deze boze
dingen komen vanuit binnenin, en ontreinigen een mens.
Moge de Eeuwige ons
helpen de verschillen tussen deze drie vormen van onreinheid te begrijpen.
Wat een brandwonde kan vertonen
Als iemand een brandwond op zijn huid
heeft en een roodwitte of witte vlek verschijnt in het
rauwe vlees van de brandwond ... (Lev. 13:24)
In deze aliyah,
wordt vermeld dat al dan niet een tsaraat achtige infectie kan voorkomen in de plaats waar de huid
een brandwond kreeg. Als we de menselijke huid met de ziel vergelijken, kunnen
we zeggen dat de brandwonde vergeleken zou kunnen worden met een emotionele
schade ten gevolge van iets dat er met ons gebeurde. Door een emotionele
brandwonde is het best gemakkelijk om een houding van kritiek ten opzichte van
onze naaste aan te nemen. Het is makkelijk om anderen
te beschuldigen voor de schade die wij lijden en het is makkelijk dat
bitterheid - die we met de tsaraat plaag kunnen
vergelijken - opduikt in de plaats waar de "brandwonde" in onze ziel
was. Er zijn twee opties in deze aliyah, de plaag kan
wel of niet in de plek van de brandwonde verschijnen. Bitterheid zal
verschijnen in de ziel van degene die niet vergeeft, degene die het recht niet
in de handen van de Eeuwige wil leggen. Deze bitterheid zal zich verspreiden en
een grote schade aanrichten, niet alleen aan hem, maar aan iedereen in zijn
sociale kring. Maar als hij in staat is om alle bitterheid achterwege te laten,
blijft hij schoon en zal een normaal leven kunnen blijven leven.
Beste leerling van de Messias: wees
heel voorzichtig met bitterheid. Als je in de verleiding komt om met bitterheid
te reageren, kalmeer en sluit jezelf voor een tijdje op. Denk
tweemaal na. Verbittering is voor niemand positief. Vergeef en laat de
Eeuwige oordelen. Hij doet het beter dan wij.
Priesterdienst en de reiniging van metsora
De priester moet een deel van het
In deze Aliyah
(opgang) is er een gelijkenis tussen de zuivering van de metsora
en de wijding van een priester. In Exodus 29:20-21 is geschreven: "Slacht
het, neem wat van het bloed en zet het op de lellen van het rechter oor van
Aäron en zijn zonen, op de duimen van hun rechter handen en op de grote tenen
van hun rechter voeten. Sprenkel dan bloed tegen het altaar aan alle kanten. En
neem een deel van het bloed op het altaar en een deel van de zalfolie en
sprenkel het op Aäron en zijn kleding en op zijn zonen en hun kleren. Dan
zullen hij en zijn zonen en hun kleding gewijd zijn. "(NIV) De gelijkenis
tussen deze twee teksten leert ons dat na te zijn opgestaan, Yeshua gezuiverd en aangesteld werd in zijn priesterlijke
bediening in de hemel. Dit sluit aan bij de visie van de profeet, zoals er
geschreven staat in Zacharia
Zach 3:1 (SV)
Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; en de satan stond aan
zijn rechterhand, om hem te wederstaan. 2 Doch de
HEERE zeide tot den satan: De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest;
is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt? 3 Josua nu was bekleed met
vuile klederen, als hij voor het aangezicht des Engels
stond. 4 Toen antwoordde Hij, en sprak tot degenen, die voor Zijn aangezicht stonden, zeggende: Doet deze vuile klederen van
hem weg. Daarna sprak Hij tot hem: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u
weggenomen, en Ik zal u wisselklederen aandoen. 5 Dies zeg Ik: Laat ze een reinen hoed op zijn hoofd
zetten. En zij zetten dien reinen hoed op zijn hoofd,
en zij togen hem klederen aan; en de Engel des HEEREN stond daarbij. 6 Toen
betuigde de Engel des HEEREN Josua, zeggende: 7 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Indien gij in Mijn
wegen zult wandelen, en indien gij Mijn wacht zult waarnemen, zo zult gij ook
Mijn huis richten, en ook Mijn voorhoven bewaren; en Ik zal u wandelingen geven
onder dezen, die hier staan. 8 Hoor nu toe, Josua, gij
hogepriester! gij en uw vrienden, die voor uw aangezicht zitten, want zij zijn
een wonderteken; want ziet, Ik zal Mijn Knecht, de SPRUITE, doen komen. 9 Want
ziet, aangaande dien steen, welken Ik gelegd heb voor het aangezicht
van Josua, op dien enen steen zullen zeven ogen wezen; ziet, Ik zal zijn
graveersel graveren, spreekt de HEERE der heirscharen,
en Ik zal de ongerechtigheid dezes lands op een dag
wegnemen. 10 Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen,
zult gijlieden een iegelijk zijn naaste nodigen tot
onder den wijnstok en tot onder den vijgeboom.
Hoe
groot is het messiaans geheimenis !
Bronnen : Ketriel blad en FFOZ